BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

Crematie / Lijkverbranding.

De Rooms-Katholieke Kerk.
De Rooms-Katholieke Kerk verbood crematie bij pauselijk decreet in 1886, en scherpte dit aan door bij een pauselijke decreet in 1892 de straf van excommunicatie aan deze zonde te verbinden. Lijkverbranding werd in strijd geoordeeld met de wederopstanding van de doden na het Laatste Oordeel. In 1963, tijdens het Tweede Vaticaans Concilie, werd dit ingetrokken. Sindsdien verbiedt de Kerk crematie niet, tenzij ze zou gekozen worden om redenen die met de christelijke leer in strijd zijn, maar ze heeft een voorkeur voor de gewoonte om de lichamen van de overledenen te begraven. De uitvaartliturgie moet wel plaatsvinden vóór de crematie.
Lijkverbranding in Nederland.
Crematie was in de 19e eeuw in Nederland verboden. In 1874 werd in Den Haag de 'Vereeniging voor Lijkenverbranding' opgericht (tegenwoordig: 'Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie'). Deze vereniging bouwde in 1913 het crematorium Westerveld te Driehuis bij Velsen. Op het moment van de opening was cremeren nog verboden in Nederland. Op 1 april 1914 vond de eerste crematie plaats, die van dr. C.J. Vaillant, hoofdbestuurslid van de Vereniging voor Facultatieve Lijkverbranding. De oprichting van de Arbeiders Vereeniging Voor Lijkverbranding volgde in 1919. In 1968 werd in de Wet op de lijkbezorging crematie gelijkgesteld aan begrafenis. In sommige regio's van Nederland is crematie niet zo geaccepteerd, dit hangt samen met de duidelijke uitspraken in de Bjbel, Gods Woord.
De Bijbel en lijkverbranding.
De Bijbel spreekt van begraven.
Abraham koopt een begraafplaats in het land Kanaän (Genesis 23:17 en 20), daarin werd ook Jakob begraven, die zelfs de overbrenging van zijn stoffelijk overschot bij de terugkeer uit Egypte regelt (Genesis 49:29; 50:5).
De begrafenis van Mozes werd door God Zelf gedaan (Deuteronomium 34:4-6).
De Heere Jezus Zelf werd in een spelonk 'begraven' (Lukas 23:53).
Paulus vergelijkt de gebeurtenis van een begrafenis met het zaaien (1 Korintiërs 15:44).
De ontzegging van een ordelijke begrafenis geldt als straf.
U wordt met hen niet in een graf verenigd, omdat u uw land te gronde hebt gericht, uw volk gedood. Nimmer wordt het nageslacht van de boosdoeners genoemd! (Jesaja 14:20).
Wie van Jerobeam in de stad sterft, die zullen de honden verslinden; en wie op het veld sterft die zal het gevogelte des hemels verslinden. Want de Here heeft gesproken (1 Koningen 14:11).
Dan zal geheel Israël over hem weeklagen en hem begraven, want van het huis van Jerobeam zal deze alleen in een graf komen, omdat van Jerobeams huis in hem alleen iets goeds gevonden wordt voor de Here, de God van Israël (1 Kon 14:13).
Verbranding van mensen heeft in de Bijbel uitsluitend een negatieve betekenis.
Vuur geldt in het algemeen als teken van het oordeel.
Sodom en Gomorra werden door 'vuur en zwavel' geoordeeld (Genesis 19:1-23).
De 'bende van Korach' werd door vuur 'verteerd' (Numeri 16:2 en verder).
Het oordeel over Achan, die zich vergreep aan het gebannene, werd door verbranding voltrokken (Jozua 7:25; vergelijk Amos 2:1-3).
Het was een zwaar misdrijf als koningen hun kinderen 'door het vuur' lieten gaan en daarmee aan Moloch offerden (2 Koningen 16:3).
Ook in het volk Israël werden bepaalde misdrijven met de doodstraf door verbranding voltrokken.
Een man die zijn vrouw en ook haar moeder neemt, bloedschande is het, met vuur zal men hem en haar verbranden, opdat er geen bloedschande in uw midden zij (Leviticus 20:14).
En wanneer een priesterdochter zich ontheiligt door ontucht te plegen, dan ontheiligt zij daarmee haar vader; met vuur zal zij verbrand worden (Leviticus 21:9).

De Bijbel laat dus overduidelijk zien dat begraven de enige passende vorm van de omgang met het gestorven lichaam is.