BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

1.DE DOOD - 2.DEPRESSIE - 3.DEMONEN - 4.DRUGS

1.DE DOOD
Achtergrond
De Bijbel bevat honderden verwijzingen naar de dood. Het is een formidabele vijand:
'De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood' (1 Kor. 15:26),
maar ook een verslagen vijand:
'de dood is verzwolgen in de overwinning' {l Kor. 15:54).
Jezus Christus heeft de betekenis van de dood veranderd. De Schrift ondersteunt deze stelling op talloze manieren.

Bij de dood komt de geest van de gelovige christen onmiddellijk in de tegenwoordigheid van de Heer. De lichamelijke dood is slechts een overgang van het leven op aarde met Christus tot het leven in de hemel met Christus. De dood verandert de continuïteit van deze relatie niet; hij verrijkt deze alleen maar.
'Met Christus te zijn is verreweg het beste'
(vergelijk Filippenzen 1:23).
De apostel bevestigt dat de overgang onmiddellijk plaatsvindt:
'wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen'
(2 Korinthiërs . 5:8).

De Bijbel leert ons dat op een goede dag de 'doden in Christus' zullen worden opgewekt, op welk moment wij een nieuw lichaam zullen ontvangen. We weten niet precies wat of hoe dat nieuwe lichaam zal zijn, behalve dat het een geestelijk, permanent en verheerlijkt lichaam is.
'En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen' (1 Kor. 15:49).
'Maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen, want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is' (1 Joh. 3:2).
(Zie ook 1 Kor. 15:51-58).
Billy Graham : 'Opstanding die het absolute van de dood wegvaagt, een alternatief biedt voor het verlammende, neerdalende stof van de dood en de weg opent tot nieuw leven.'

Bij de wederkomst van de Here Jezus zullen de overleden gelovigen worden opgewekt en onmiddellijk met Hem worden verenigd.
'Zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen' (1 Tess. 4: 16, 17).

We hebben hoop die over het graf heen reikt!
'Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen (1 Kor. 15:19).
De hereniging van levende gelovigen met hen die vóór de wederkomst van de Heer zijn overleden, wordt onze zalige hoop genoemd (zie Titus 2:13).

Daarom kan de christen in staat zijn de dood realistisch en tegelijk triomfantelijk in de ogen te zien. Hoewel hij onvermijdelijk en dikwijls onverwacht komt, moet hij ons nooit volkomen verrassen. De dood hoeft nooit 'de grote onbekende' te zijn die vrees en angst teweegbrengt; het is immers het moment waarop wij niet meer 'door een spiegel, in raadselen' zien, maar 'van aangezicht tot aangezicht' {l Kor. 13:12).

Het gesprek
  1. Als de persoon met wie u spreekt, christen is, houd dan in gedachten dat dood en rouw veranderingen en aanpassingen brengen. Probeer meelevend en begrijpend te zijn. 'Vermaant (of: bemoedigt, troost) elkaar met deze woorden' (1 Tess. 4: 18). Als u schriftgedeelten uit de 'Achtergrond' citeert, stel dan voor dat men ze opschrijft en later opnieuw leest en zo mogelijk ook uit het hoofd leert om er steeds weer kracht en bemoediging aan te ontlenen. Leid hem op gevoelige wijze tot een nieuwe toewijding aan Christus.
  2. Als hij geen christen is, leg er dan de nadruk op dat men, om op juiste wijze op de dood te zijn voorbereid, de allerbelangrijkste beslissing aangaande zijn eeuwige relatie met God moet nemen tijdens het leven hier op aarde. Nodig hem uit Jezus Christus als zijn persoonlijke Heer en Verlosser aan te nemen.
  3. Moedig hem aan de Bijbel te lezen en te bestuderen en gebed tot een vaste gewoonte te maken.
  4. Moedig hem aan zich aan te sluiten bij een gemeente waar de Bijbel wordt onderwezen om gemeenschap te ervaren en samen met anderen de Heer te dienen en de Bijbel te bestuderen. Dit zal hem ook helpen om voortdurend herinnerd te worden aan de 'zalige hoop'.


Woorden uit de Bijbel
  • 'Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij.'
    Psalm 23:4
  • 'Uw hart worde niet ontroerd of versaagd. Gij gelooft in God; gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen, anders zou Ik het u gezegd hebben. Want Ik ga heen om u plaats te bereiden. En wanneer Ik heengegaan ben, en u plaats heb bereid, zal Ik wederkomen en u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt waar Ik ben.'
    Johannes 14:1-3
  • 'Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.'
    Johannes 11:25
  • 'Want het leven is mij Christus en het sterven gewin.'
    Filippenzen 1:21
  • 'Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.'
    1 Korintiërs 2:9, 10
  • 'Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt.'
    Filippenzen 3:20, 21


2.DEPRESSIE
Achtergrond
Depressie is misschien wel verantwoordelijk voor meer pijn en ellende dan enig ander probleem van de mensheid. Het is moeilijk de symptomen te definiëren en te beschrijven en depressie te behandelen. Het woordenboek definieert het als een emotionele toestand, neurotisch of psychotisch, gekenmerkt door gevoelens van hopeloosheid, onvermogen, zwartgalligheid, terneergeslagenheid, verdriet, moeilijkheden in denken en concentreren, en inactiviteit.

Depressieve mensen hebben een negatief zelfbeeld dat dikwijls gepaard gaat met schuldgevoelens en hevige zelfkritiek. Sommige vormen van neurotische depressie houden verband met verkeerd gedrag en verkeerde reacties op zulk gedrag. Na een reeks verkeerde daden en de daaropvolgende onjuiste reacties, begint men gebukt te gaan onder schuld en depressie. Als zonde deel uitmaakt van het hart van het probleem, dan mag dat nooit worden vergoelijkt. Evenmin moet steun worden gegeven voor de gedachte dat andere dingen en andere mensen verantwoordelijk zijn voor gedragsproblemen. Wanneer wij met de betrokkene instemmen op dit punt of zijn uitingen van zonde en schuld niet ernstig nemen, beroven we hem van echte en blijvende oplossingen. Zowel de christen als de niet-christen kan het slachtoffer van depressie zijn. Beiden zijn vaak alleen gericht op pogingen zich beter en gelukkiger te voelen. Maar dit moet niet de eerste prioriteit hebben. In plaats daarvan moet hij zoeken naar de oorzaken die hebben kunnen bijdragen tot zijn depressie. Als hij zijn leven geestelijk op orde brengt, zal hij zich op den duur ook gelukkiger gaan voelen.
Op dit punt kan de Bijbel worden gebruikt. Het vrijkomen van de kracht van de heilige Geest moet onvermijdelijk leiden tot positieve stappen op een weg naar herstel en heel-zijn. De christen-getuige moet proberen de ander te bemoedigen. Zelfs als geen geestelijke beslissing wordt bereikt, probeer dan bij de persoon die u tracht te helpen, een besef van hoop achter te laten. Wees geduldig. Complexe problemen waarvoor geen snelle en gemakkelijke oplossingen bestaan, spelen bij depressie vaak een rol. Men kan niet zo maar op bevel uit zijn depressie stappen. Dikwijls is maandenlange professionele hulp noodzakelijk.

Wees een goede luisteraar. Graaf niet al te diep, maar stel wel vragen en wacht dan om te zien of er in het gesprek iets naar boven komt dat een 'handvat' kan zijn om over geestelijke oplossingen te spreken. Probeer geen oplossingen te bieden voordat u voldoende informatie over het probleem hebt.

Het gesprek
Voor de niet-christen
  1. De hulpzoekende kan symptomen van depressie vertonen die het gevolg zijn van onopgeloste woede, wrok, echt of ingebeeld onrecht dat men heeft ondergaan, zelfmedelijden, schuld, onzedelijk gedrag enzovoort. Verzeker hem van uw belangstelling voor hem en van uw verlangen om hem te helpen oplossingen te vinden.
  2. Vraag hem of hij ooit Jezus Christus heeft aangenomen als zijn persoonlijke Heer en Verlosser. Neem zo nodig 'Stappen tot vrede met God,' pagina 11, met hem door. Denk eraan dat u hem bepaald geen dienst bewijst als u de ernst van de zonde op enigerlei wijze verdoezeld. Om vergeving te kunnen ervaren, moet er erkenning en belijdenis van zonde zijn.
  3. Neem het gedeelte over 'Geloofszekerheid', pagina 15, door. Zeg hem dat deze ervaring met Christus echte hoop biedt. Het kan leiden tot een nieuw besef en inzicht in zijn verlangen en worsteling met de problemen die samenhangen met zijn depressieve toestand.
  4. Moedig hem aan het Woord van God te lezen en te bestuderen. Dit leert hem de wil van God kennen en de wijze waarop God te werk gaat. Het zal zijn denken op één lijn brengen met God en dat zal tot innerlijke vrede voeren (zie Jes. 26:3).
  5. Moedig hem aan te leren bidden en dat dagelijks te doen. In het gebed belijden wij onze zonden en worden wij vernieuwd. We leren Gods voortdurende tegenwoordigheid en zegen te ervaren. We dienen Hem door Hem te prijzen en te danken. En wij brengen onze verzoeken om hulp voor onze eigen noden en die van anderen bij Hem.
  6. Raad hem aan vriendschappen te ontwikkelen met mensen die de steun en bemoediging kunnen bieden die hij nodig heeft. Zulke vrienden kunnen wellicht worden gevonden in een gemeente waar de Bijbel centraal staat, in een bijbelgroep, of een groep van alleenstaande christenen. Deze gemeenschap kan ook gelegenheden bieden voor christelijke dienst waarin de aandacht is gericht op de noden van anderen.
  7. Moedig hem aan naar een daartoe bekwame voorganger of een christen-psycholoog te gaan om counseling te ontvangen opdat alle facetten van zijn depressie in het licht van de Schrift kunnen worden aangepakt.


Voor de christen:
  1. Ook een christen kan onder depressie lijden in reactie op moeilijke situaties, nederlaag en tegenslagen; zoals een sterfgeval in het gezin, een opstandige zoon of dochter, het verlies van een baan.
    1. In zo'n geval moet u een liefdevol woord van bemoediging spreken, zoals:
      'U bent in uw pijn niet alleen.'
      'God heeft u lief en zal u niet in de steek laten.'
      'De Here Jezus heeft niet alleen onze zonden gedragen, maar ook onze smarten en pijn.'
    2. Vraag of zijn probleem wellicht kan samenhangen met moeite om God ten volle in alle omstandigheden van het leven te vertrouwen. Het kan zijn dat hij opnieuw zijn leven aan Christus moet toewijden en zich overgeven aan Gods wil (zie Rom. 12:1, 2).
    3. Stel voor dat hij opnieuw regelmatig de tijd neemt voor bijbelstudie en gebed (zie Spr. 3:5, 6 en Jes. 26:3).
    4. Raad hem aan trouw en actief te zien in zijn gemeente. Billy Graham heeft geschreven: 'Ontmoediging is precies het tegengestelde van geloof. Het is Satans methode om het werk van God in ons leven te dwarsbomen. Ontmoediging verblindt onze ogen voor de genade van God en maakt dat we alleen zien op de ongunstige omstandigheden. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die dagelijks tijd doorbracht in gebed, in de bestudering van het Woord van God en sterk was in het geloof, die lange tijd ontmoedigd was.'
  2. Een christen kan ook depressief zijn wegens geestelijke ongehoorzaamheid en onbeleden en onvergeven zonde in gebieden zoals woede en bitterheid, jaloezie, wrok, echtscheiding, seksuele zonde enzovoort.
    1. ls het probleem aan het licht is gebracht, moedig de betrokkene dan aan door hem te zeggen dat hij er goed aan doet een oplossing te zoeken. Geef hem de verzekering dat geestelijke vernieuwing de eerste stap terug naar heelzijn is.
    2. Leg nadruk op Spreuken 28: 13 en 1 Johannes 1:9.
    3. Wijs er op dat, afgezien van een nieuwe toewijding aan de Heer, andere stappen nodig kunnen zijn. Hij dient bijvoorbeeld wellicht te proberen relaties te herstellen die hij heeft beschadigd door laster, kritiek, seksuele zonde enz. In het geval van diefstal of fraude moet hij proberen de schade te vergoeden.
    4. Stel voor dat hij zich ernstig voorneemt de Bijbel te bestuderen. Gods gedachten leren kennen is zeer belangrijk voor geestelijk herstel en vernieuwing (zie Fil. 4:8 en Rom. 12:2).
    5. Raad hem aan trouw naar een gemeente te gaan waar de Bijbel wordt onderwezen en waar hij met anderen God kan dienen in de samenkomsten en in christelijke dienst.
    6. Geef hem in overweging professionele counseling te zoeken bij een daartoe gekwalificeerde voorganger of christen-psycholoog totdat alle problemen die met de depressie samenhangen, zijn opgelost in het licht van de Schrift.
  3. Een christen kan ook depressief zijn omdat hij aan zichzelf eisen stelt waaraan hij nooit kan voldoen. Dit kan zowel op economisch als op geestelijk terrein zijn; mislukking leidt tot depressie.
    1. Wijs er geduldig op dat eisen die anderen wellicht aan zichzelf stellen en waaraan ze blijkbaar voldoen, misschien niet de juiste eisen zijn voor de persoon met wie u spreekt. Het feit dat hij in zijn huidige emotionele staat terecht is gekomen, kan erop wijzen dat hij te hoge eisen aan zichzelf stelt.
    2. Wijs erop dat succes of mislukking niet naar menselijke maatstaven kan worden bepaald, maar door het volgende: Is wat ik verlang in overeenstemming met Gods wil en kan het worden ondersteund door de Schrift? Is wat ik verlang gericht op de eer van God of op het vervullen van een persoonlijke ambitie? Ben ik gemotiveerd door geestelijke hoogmoed? Is wat ik verlang in overeenstemming met de aanwijzing die de apostel Paulus heeft gegeven:
      (1) Wees wat je bent - zoals God je heeft gemaakt; leer leven met je sterke punten en je beperkingen. 'Maar door de genade Gods ben ik, wat ik ben' (1 Kor. 15:10).
      (2) Proberen iemand anders na te doen, is geestelijk onwenselijk en frustrerend (zie 2 Kor. 10:12).
  4. Stel voor dat de hulpzoekende zijn geestelijke toewijding hernieuwt. 'Zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien worden geschonken' (Matt. 6:33).
  5. Stel voor dat hij bijbelstudie en gebed tot een vaste dagelijkse gewoonte maakt.
  6. Stel voor dat hij zijn prioriteiten opnieuw beziet en ze meer in lijn brengt met zijn mogelijkheden en dat hij daarbij één dag tegelijk leeft.
  7. Stel voor dat hij zich onder behandeling stelt van een gekwalificeerde voorganger of christen-psycholoog als hij meer counseling nodig heeft.


Woorden uit de Bijbel
  • 'Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.'
    Jesaja 53:4, 5
  • 'In alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren.'
    2 Korintiërs 4:8, 9
  • 'Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.'
    1 Galaten 2:20
  • 'Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.'
    Spreuken 3:5, 6
  • 'De geestkracht van de mens houdt hem staande in zijn lijden, maar een neerslachtige geest, wie zal die opbeuren?'
    Spreuken 18:14
    Psalm 38:1-4, 21, 22

3.DEMONEN
Achtergrond
Zowel in de religieuze als de seculaire wereld is er een groeiende overtuiging dat er demonen zijn die invloed op ons kunnen uitoefenen.
De Bijbel spreekt over de realiteit van hun activiteit:
'Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten' (Efeze 6: 12).

Demonen, in de Bijbel ook 'geesten van doden' (1 Samuël 28:7), 'onreine geesten' (Lukas 4:36) en 'boze geesten' (1 Timotheüs 4:1) genoemd, zijn onzichtbaar, zonder lichaam, en hebben bovenmenselijke intelligentie.

Evenals Satan zijn de demonen tot veroordeling gekomen door hoogmoed; ze zijn tegenstanders van zowel God als mensen. Hoewel ze werkelijk bestaan en actief zijn, wordt de duivel en zijn boodschappers (demonen) vaak de schuld gegeven voor veel dingen waar ze niets mee te maken hebben.

Sommige christenen hebben de neiging alle vormen van afwijkend gedrag te beschouwen als 'bezetenheid door demonen', terwijl in feite het grootste deel ervan het resultaat is van de zondige, zelfzuchtige natuur van de mensen. Soms lijkt het ook dat personen die aan de drugs zijn, of die zich bezig hebben gehouden met occultisme of oosterse religies, of die geestelijk ziek zijn, te lijden hebben onder demonische activiteit.

De christen die ernaar verlangt door God te worden gebruikt om mensen met geestelijke problemen te helpen, doet er goed aan acht te slaan op de vermaning van de apostel Johannes: 'Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God' of 'de geest van de antichrist' zijn (1 Johannes 4:1, 3). Demonen moeten dus door de gelovigen worden onderkend, beproefd, weerstaan en verworpen.
(Zie 1 Korinthiërs 12:10; Efeze 4:27; 6:10-18; 1 Petrus 5:8, 9; 1 Johannes 4:1-6; Jakobus 4:7).

Door de overwinning van Jezus Christus over Satan en zijn legermacht, en in de machtige naam van Jezus Christus en in de kracht van de heilige Geest, kan het kind van God Satan en zijn demonen overwinnen. (Zie Mattheüs 8: 16, 17; 12:28; Markus 16:17; Handelingen 19:15).

Onze wapens tegen de machten van het kwaad zijn:
  • Waakzaamheid (1 Petr. 5:8).
  • Gebed (Joh. 15:7).
  • Het gebruik van de gehele goddelijke wapenrusting. (Zie Matteüs 26:41 en Efeziërs 6: 10-18).

Het gesprek
Bij de niet-christen
Als de persoon met wie u spreekt, geestelijke gebondenheid of demonische activiteit of gedrag noemt, stel dan vragen. Probeer te onderscheiden of de situatie werkelijk zo is als hij deze beschrijft. 'Vertel me er meer over' is een zin die gebruikt en herhaald kan worden totdat het eigenlijke probleem tevoorschijn komt. Aarzel niet dóór te vragen.
  1. Leg de nadruk op het feit dat het off er van Christus op het kruis genoeg is om zondige problemen volkomen op te lossen. 'Het bloed van Jezus, zijn (Gods) Zoon, reinigt ons van alle zonde' (1 Joh. 1:7).
  2. Als hij Christus aanneemt, moedig hem dan aan iedere dag het Woord van God te lezen en te bestuderen. Moedig aan Leuen in Christus te lezen om hem daarbij op gang te helpen. Hij dient ook dagelijks te bidden. Deze twee dingen worden gewoonlijk tot een vaste gewoonte als men zich aansluit bij een plaatselijke gemeente waar de Bijbel wordt onderwezen, en waar hij samen met anderen God kan dienen in de samenkomsten, de Bijbel bestuderen en de vreugde van een toegewijd leven kan leren kennen.
  3. Als u meeent dat u spreekt met iemand die werkelijk in meerdere of mindere mate in de greep van een of meer demonen is, volg dan de stappen die hieronder zijn aangegeven onder het hoofd 'Wat te doen met iemand die demonen heeft'.

Voor de christen
Als hij bang is voor demonische activiteit, ga dan als volgt te werk:
  1. Stel vragen over de omstandigheden. Waarom denkt hij dat het om demonen gaat? Soms wordt vrees opgewekt door andere christenen die het goed bedoelen maar er naast zitten.
  2. Herinner hem eraan dat al Gods hulpmiddelen tot onze beschikking staan: Satan is een verslagen vijand (1 Joh. 3:8). Christus woont in de gelovige (Kol. 1:27). De heilige Geest geeft ons kracht (Hand. 1:8 en 2 Tim. 1:7). Het Woord van God leidt ons (2 Tim. 3: 16, 17).
  3. Zie de laatste twee alinea's van de 'Achtergrond' voor verdere aanwijzingen. De christen is verzekerd van overwinning als hij zich voortdurend aan Christus als zijn Heer, aan het gezag en de verlichting van de Schrift, en aan het regelmatig, overwinnend gebed onderwerpt, wijdt, en actief meewerkt in een dynamische groep gelovigen in een plaatselijke gemeente waar de Bijbel centaal staat.
  4. Het kan zijn dat de hulpzoekende lijdt onder ernstige schuld over zonde in zijn leven en over demonische invloed spreekt in een poging de schuld van zich af te schuiven en zich van zijn verantwoordelijkheid te ontdoen. Ware bekering en schuldbelijdenis zullen de schuld wegdoen en tevens de diepste oorzaken van de 'demonische' druk die men ervaart. Leg nadruk op 1 Johannes 1:9.
  5. Het kan zijn dat het om iemand gaat die inderdaad last heeft van demonen. Volg in dat geval de aanwijzingen op die hieronder worden genoemd.

Wat te doen met iemand die demonen heeft
Wees voorzichtig. U moet er zeker van zijn dat het om een bona fide geval van demonische activiteit gaat en niet om een toestand die het gevolg is van een lichamelijk, psychisch of geestelijk probleem. De hulpzoekende kan in grote problemen komen wanneer hem wordt verteld dat hij demonen heeft terwijl dat niet het geval is!
  1. Sla nauwkeurig acht op de symptomen van de betrokkene, in afhankelijkheid van de Heer voor wijsheid en onderscheiding van geesten. Iemand die last heeft van demonen, heeft dat in meerdere of mindere mate. Hij kan onder invloed staan van demonen, of ook door een geest of geesten in hoge mate in beslag zijn genomen. Er kan sprake zijn van zeer extreem gedrag. Hij kan in een vreemde taal of dialekt gaan spreken. Soms wordt godslasterlijke of liederlijke taal uitgeslagen.
  2. Het helpen van zo'n persoon is niet zo eenvoudig. Er is vaak felle tegenstand en er is ruim tijd nodig om goed met de moeilijkheden klaar te komen. Jezus zei eens tegen zijn discipelen dat zij in een bepaalde situatie geen kracht hadden: 'Dit geslacht (demonen) vaart niet uit dan door bidden en vasten' (Matt. 17:21).
  3. In gevallen waar een 'gedemoniseerd' persoon is bevrijd, zijn de mensen die erbij waren betrokken, meestal unaniem van mening dat gebed, gewoonlijk van een groep christenen die speciaal voor dat doel bij elkaar was gekomen, een grote noodzaak is. Onder de leiding van de Geest van God, en op het moment dat Hij aangeeft, moet een bevel worden gegeven in de naam van de Heer Jezus Christus en op zijn gezag (Matt. 28:18), om de boze geest uit te drijven. Eén persoon moet daarbij de leiding hebben en als woordvoerder fungeren. Als de bevrijding optreedt, eis dan de volledige overwinning op in de naam van de Here Jezus Christus en prijs God ervoor.
  4. Raad de hulpzoekende onmiddellijk aan sterke vriendschappen in het gezin van God na te streven. Hij kan het werk van God in zijn leven in hoge mate versterken door Gods Woord te lezen en te bestuderen, door regelmatig te bidden en te getuigen van Gods heerlijke werk in zijn leven (Zie Markus 9:19- 22.)

Woorden uit de Bijbel
  • 'Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.'
    Jakobus 4:7
  • 'Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden. Wederstaat hem vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten.'
    1 Petrus 5:8,9
  • 'Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.'
    Matteüs 28: 18
  • 'Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.'
    Openbaring 12:11
    1 Johannes 3:8
    1 Johannes 4:1-4


4.DRUGS
Achtergrond
Een drug is een substantie die lichamelijke, mentale of psychische veranderingen in de gebruiker teweeg brengt.

Sinds mensenheugenis heeft de mens geëxperimenteerd met drugs in een poging aan de realiteit te ontkomen. In onze dagen gebruiken honderden miljoenen mensen drugs, die variëren van het mild verslavende caffeïne tot illegale, zeer sterk verslavende drugs zoals heroïne en cocaïne.

leder mens kan lichamelijk en psychisch verslaafd raken aan elke drug als hij lang genoeg aan grote doses wordt blootgesteld.

Druggebruikers vinden we in alle rangen en standen. De wortels van de verslaving zijn vaak te vinden in innerlijke onzekerheid, vrees, schuld, teleurstellingen, seksuele zonden en afwijkend seksueel gedrag, frustratie, stress, sociale druk en intense competitie zoals men ziet in professionele sport enzovoort. Voeg hierbij het grote geestelijke vacuüm dat tot een afbraak van morele normen heeft geleid, de desintegratie van het gezin, de oorlogen van de laatste vijftig jaar en hun nasleep, en het feit dat drugs in alle soorten overal verkrijgbaar zijn voor iedere leeftijdsgroep, zelfs voor kinderen op de lagere school.

Drugsverslaving is een probleem van de gehele persoon - geestelijk, lichamelijk, emotioneel en sociaal. Als men eenmaal verslaafd is geraakt, leeft men in een schijnwereld die wordt gekenmerkt door verlamde gevoelens en emotionele reacties, ontkenningen en waandenkbeelden, sociale isolatie en geestelijke onzekerheid. Voor veel mensen is het een hulpeloze staat, een leven waaruit geen terugkeer mogelijk schijnt te zijn.

Ontwenning voor hen die dat zoeken, kan zeer pijnlijk zijn, zowel lichamelijk als psychisch. Zonder de juiste begeleiding kan het zelfs gevaarlijk zijn! Het vrijkomen uit een verslaving en de daaropvolgende revalidatie is gewoonlijk een langdurig proces. Een sterke ondersteuning op geestelijk, emotioneel, mentaal en lichamelijk vlak is nodig.

Om geestelijk te kunnen worden geholpen, is het nodig dat de verslaafde hulp verlangt en enkele stappen zet om zulke hulp te zoeken. Hier is een taak voor de christenraadgever. We moeten zien of we hem/haar kunnen bewegen tot het aannemen van Jezus Christus als Heer en Verlosser. Deze eerste stap in het geloof kan voor de drugsgebruiker tot een nieuw perspectief en een nieuwe motivatie leiden, wat hopelijk zal uitlopen op revalidatie en een gezond en normaal leven.

Ook nadat men zich aan Christus heeft overgegeven, is er meestal nog veel werk te doen op het gebied van de persoonlijke dingen die tot de verslaving hebben bijgedragen, zoals een gering besef van eigenwaarde, innerlijke onzekerheid, incest, homoseksualteit, seksuele zonde, vrees, schuld, enzovoort.

Het gesprek
We kunnen op drie manieren helpen:
  • Help hem geestelijk door te proberen hem tot overgave aan Christus te leiden.
  • Breng hem in contact met een groep of een opvangcentrum in zijn omgeving voor ontwenning en revalidatie.
  • Houd contact met hem om hem steun en bemoediging te bieden totdat hij een dieper begrip van zijn toewijding aan Christus en de implicaties daarvan heeft.

  1. Lees hem niet de les over het kwaad en het gevaar van drugs of zijn verslaving. Gebruik wat de Bijbel over zonde zegt alleen als dat op natuurlijke wijze plaatsvindt bij het uitleggen wat het evangelie is.
  2. Wees vriendelijk en meelevend. Moedig hem aan door te zeggen dat u graag naar hem wilt luisteren en met hem wilt zoeken naar een oplossing.
  3. Luister aandachtig en geef hem alle gelegenheid zijn gevoelens en meningen te uiten. Geef hem de verzekering dat God hem liefheeft. Gods genade is voldoende voor iedere nood in zijn of haar leven. (Een definitie van genade: God heeft ons onvoorwaardelijk lief).
  4. Hij zal moeten worden geconfronteerd met zijn verantwoordelijkheid in zijn verslaving. Hij heeft op zeker moment bewust besloten drugs te gebruiken. Hij heeft een morele verantwoordelijkheid voor zijn gedrag dat hem tot het gebruik van drugs heeft gebracht. Als hij probeert de schuld voor zijn probleem af te schuiven op omstandigheden, andere mensen, de maatschappij, enzovoort, breng hem dan altijd vriendelijk terug naar het punt van persoonlijke en morele verantwoordelijkheid. 'Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte' (Jak. 1:14).
  5. Neem op het geschikte moment 'Stappen tot vrede met God', pagina 11, met hem door.
  6. Ga zo mogelijk verder met volgende stappen: begin Gods Woord te lezen en te bestuderen. Leer bidden. Sluit u aan bij een gemeente waar de Bijbel centraal staat.
  7. De aan drugs verslaafde persoon moet de mensen en de omgeving die hem aan de drugs hebben gebonden, verlaten. Hij moet alle druggebruik staken. Dit betekent waarschijnlijk behandeling in een opvangcentrum waar zijn ontwenning en revalidatie deskundig in de gaten kunnen worden gehouden. Vaak is dag en nacht toezicht nodig.
    OPMERKING:
    De raadgever moet dikwijls het initiatief nemen om de verslaafde te helpen een centrum te vinden waar hij kan worden behandeld, en hem helpen daar naartoe te gaan, of misschien de familie helpen dit te doen. Men kan het niet aan de verslaafde zelf overlaten. Hij doet misschien een belofte, maar komt die niet na.

    Zowel tijdens als na de behandeling moet de raadgever zoveel mogelijk steun geven. Bezoek de betrokkene regelmatig. Help hem een begin te maken met het lezen en bestuderen van Gods Woord en het gebed. Help hem een groep voormalig verslaafde christenen te vinden, als die er is.

    Moedig hem aan actief mee te doen in een gemeente die hem goed opvangt en steun geeft. Breng hem in contact met een professionele christen-counseler of groep die ervaring heeft met het helpen van verslaafden. Hij heeft langdurige hulp nodig op het gebied van die persoonlijke problemen die hem tot de verslaving hebben geleid.
  1. De raadgever kan zeggen dat hij de betrokkene zal helpen bij het contact leggen met een centrum voor behandeling van druggebruikers in zijn eigen omgeving. Pas op: Beloof geen concrete hulp, alleen dat u uw best zult doen.
  2. Bid met de verslaafde om moed, toewijding en om de kracht van de heilige Geest in zijn leven. Dit alles is nodig in het proces van verlossing en bevrijding. 'Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafharigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid' (2 Tim. 1:7).

Woorden uit de Bijbel
  • 'Wanneer dan de Zoon u vrij gemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.'
    Johannes 8:36
  • 'Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God.'
    Romeinen 6: 11-13
  • 'De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen... En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld ... En er kwam verbazing over allen en zij spraken er over tot elkander en zeiden: Wat voor spreken is dit? Want Hij legt met gezag en macht aan de onreine geesten zijn bevelen op en zij varen uit.'
    Lucas 4:18, 21, 36
  • 'Want er is tijd genoeg voorbijgegaan met het volbrengen van de wil der heidenen, toen gij wandeldet in allerlei losbandigheid, begeerten, dronkenschap, brassen, drinken en onzedelijke afgoderij.'
    1 Petrus 4:3
  • 'Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.'
    Jakobus 1:14, 15