BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

1.HOMOSEKSUALITEIT - 2.HEMEL - 3.HEL - 4.HEILIGE GEEST

1.HOMOSEKSUALITEIT
Achtergrond
Een homoseksueel is iemand die zich seksueel voelt aangetrokken tot mensen van hetzelfde geslacht. Een lesbische is de term die wordt gebruikt voor een vrouwelijke homoseksueel.

Dit is een zeer complex probleem dat zeer slecht wordt begrepen door een groot deel van de maatschappij. Allerlei stereotiepe gedachten, zoals de verwijfde man of de mannelijke vrouw, hoewel sommige mensen deze kenmerken vertonen, doen totaal geen recht aan de complexiteit. Helaas is het een levensstijl die door miljoenen wordt beoefend en die in alle lagen van de maatschappij is doorgedrongen. Een belangrijk aantal wordt aangetroffen onder mensen met een goede opleiding, mensen met een verantwoordelijke positie in het zakenleven en de industrie, en in overheidsdienst. Hoewel homoseksuelen zich in toenemende mate militant opstellen, wat leidt tot een openlijke verdediging van hun levensstijl en de vorming van organisaties van homoseksuelen die strijd voeren voor rechten, leven miljoenen van hen een dubbelleven ten gevolge van sociale druk en onverdraagzaamheid. Velen worden achterbaks door hun pogingen hun gedrag en contacten verborgen te houden. Vrees voor ontmaskering wordt een obsessie en velen gaan gebukt onder een zware last van schuld en schuldgevoelens omdat zij de morele implicaties van hun gedrag inzien.

Zulk gedrag kan niet zonder meer worden aangeduid als een alternatieve levenswijze of een andere seksuele oriëntatie. Evenmin gaat het argument op dat men zo zou zijn geboren. Pogingen om zulk gedrag te verklaren ais een ziekte lopen om het eigenlijke probleem heen. God heeft de homoseksueel niet minder lief dan wie dan ook. Zulk gedrag echter is een afwijking van de orde die God aangeeft. Hoewel veel homoseksuelen het gevoel hebben dat zij hun seksuele oriëntatie niet hebben gekozen, blijft het feit bestaan dat zij op onjuiste wijze op deze oriëntatie hebben gereageerd; dat is het punt waarover wij in het licht van de Schrift moeten spreken.

Er kan geen twijfel bestaan over wat de Bijbel een goede seksuele relatie noemt:
'Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot óón vlees zijn' (Gen. 2:24).
'En gij, weest vruchtbaar en wordt talrijk, wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop' (Gen. 9:7).
'Zie, zonen zijn een erfdeel des Heren, een beloning is de vrucht van de schoot' (Ps. 127:3).
'De man kome jegens de vrouw zijn echtelijke verplichtingen na en evenzo de vrouw jegens haar man. De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man; en eveneens heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw' (1 Kor. 7:3, 4).

Volgens deze bijbelgedeelten blijkt duidelijk dat God heeft ingesteld dat de vestiging en instandhouding van het menselijk geslacht plaatsvindt door de seksuele vereniging van een man en een vrouw. Van groot belang in de door God gevestigde orde is dat het gezin - bestaande uit vader, moeder en kinderen - de basis voor de maatschappij is, en dat gezinnen de grootste kracht vormen van elke maatschappij. Er is een overvloed aan bewijsmateriaal in de Schrift voor deze orde. Men mag er echter niet vanuit gaan dat alle mensen trouwen en kinderen krijgen. Het celibaat en ongetrouwd zijn vormen ook een deel van Gods orde. Er zijn ook veel woorden in de Bijbel die de homoseksuele praktijk afwijzen. De Bijbel noemt homoseksualiteit in de lijst van seksuele zonden samen met overspel, prostitutie, begeerte enzovoort. Het gaat niet om een 'speciale zonde' in de zin dat God deze erger zou vinden dan elke andere zonde. God rekent met alle zonde af door het kruis. Pas als iemand bereid is zijn zonden aan God te belijden, kan God afrekenen met zijn opstandige, trotse en met schuld beladen hart.

Billy Graham: 'Hoe zeer wij ook proberen de praktijk van de homoseksualiteit te rationaliseren als een normaal alternatief voor heteroseksuele relaties, de woorden in Romeinen 1 noemen het duidelijk het produkt van een verwerpelijk denken. Deze uitspraak betekent niet dat ik alle heteroseksuele activiteit goedkeur. Zoals Dr. Harold Lindsell heeft gezegd: 'De immorele heteroseksueel is beter noch slechter dan de praktiserende homoseksueel. Beiden komen onder het goddelijke oordeel.' ... Wanneer wij tot Christus komen, worden wij opgeroepen tot bekering van onze zonden, zodat wij niet langer de door God afgekeurde levenspatronen vertonen waarin wij vroeger leefden.'

De kerk moet de houding en behandeling van homoseksuele mannen en vrouwen die zij in het verleden heeft gehad, grondig herzien. Zij kan natuurlijk niet de homoseksuele levensstijl goedkeuren en evenmin homoseksuelen aanmoedigen als onbekeerde zondaren mee te doen in de gemeente. Zij dient echter wel het probleem eerlijk en realistisch, in liefde en vol begrip te benaderen. Zijn genade is genoeg om overwinning te brengen aan hen die bereid zijn dit gebied van hun leven aan Hem te wijden. De gemeente moet het initiatief nemen tot het bemoedigen van de homoseksueel met deze boodschap.

Het is een bron van bemoediging dat homoseksuelen beginnen te getuigen van bevrijding door de kracht van het evangelie, ook al zullen sommigen van hen wellicht nooit geheel vrij worden van homoseksuele neigingen of zelfs verzoekingen. Paulus zegt in een schrijven aan mensen die betrokken waren geweest in homoseksualiteit en veel andere soorten zonden:
'En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God' (1 Kor. 6:11).
Dit geeft ons vertrouwen om te getuigen van de ingrijpende verandering die de persoon en het werk van Jezus Christus in ons kan bewerken. De enige werkelijke remedie voor dit probleem, zoals trouwens voor elk soort zondig gedrag, is een persoonlijke, intieme, voortdurende relatie met Jezus Christus. Deze relatie is een voortgaand proces van groei en verandering. Soms kan het een pijnlijk proces zijn, met terugval en ontmoediging. Zulke perioden moeten niet leiden tot een gevoel van wanhoop of de gedachte dat het de inspanning niet waard is omdat alles zo gemakkelijk weer verloren gaat. De gemeenschap van de christen met Christus wordt onderhouden op basis van 1 Johannes 1:9 en zulke belijdenis leidt onmiddellijk tot vernieuwing van onze doorgaande relatie met Hem.

Voorafgaande aan gesprekken met mensen die problemen hebben op dit gebied moet de raadgever zijn instelling en houding ten aanzien van dit probleem onder de loep nemen. Als men niet objectief en eerlijk in staat is Gods liefde en genade aan een homoseksueel aan te bieden, moet men zijn houding veranderen of een andere christenraadgever het gesprek laten overnemen.

Er zullen zich waarschijnlijk drie situaties voordoen:
  • Het familielid dat onlangs heeft ontdekt dat een geliefde praktiserend homoseksueel is en vraagt: 'Hoe kan ik hiermee leven? Wat moet ik doen?'
  • Een persoon die toegeeft dat hij praktiserend homoseksueel is en om raad vraagt. Veelvuldig zal een homoseksueel willen praten zonder het probleem te noemen, of zal hij proberen het te verdoezelen. Soms wordt het onderwerp met een omweg benadert, zoals: 'Ik heb een vriend".'
  • Een christen die zegt dit probleem te hebben.


Als de familie met dit probleem wordt geconfronteerd:
  1. Zeg hem dat hij niet in paniek hoeft te geraken, en God mag vragen hem de genade te geven de situatie, hoe moeilijk ook, te aanvaarden.
  2. Dring er bij hem op aan dat hij de lijnen van liefde open houdt. We moeten anderen liefhebben zoals God ons allemaal liefheeft - ongeacht wie we zijn.
  3. Hij moet vermijden dat hij de ander veroordeelt of kleineert. Dit leidt alleen maar tot ruzie en verlies aan communicatie.
  4. Aan de andere kant moet u hem adviseren de homoseksuele praktijk niet goed te keuren of te rationaliseren. Herinterpreteer de Schrift niet net zo lang tot zij zegt wat wij willen horen.
  5. Hij moet een duidelijke maar liefdevolle, schriftuurlijke positie innemen en tot de betrokkene op vriendelijke wijze getuigen, waarbij hij de Bijbel gebruikt als een zwaard, niet als een knots.
  6. Dring er bij hem op aan dat hij de betrokkene in geloof aan God opdraagt (zie Spr. 3:5, 6), en zijn gebedsleven zoekt te verdiepen. God laat ons soms door een crisissituatie heen gaan om onze afhankelijkheid van Hem te verscherpen.
  7. Raad hem aan zijn gevoelens niet op te kroppen. Hij kan misschien een christenvriend in vertrouwen nemen en leren zijn zorgen en teleurstellingen met hem te bespreken. Een gebedspartner kan een grote bron van kracht zijn. ,li>Adviseer hem zich voor te bereiden op een leven met teleurstelling als de situatie niet verandert.


Als u spreekt met een praktiserend homoseksueel:
  1. De houding van de raadgever moet vervuld zijn van liefde en begrip. Dikwijls zult u met iemand praten die eenzaam en overladen met schuld is en zich voelt afgewezen en verworpen. Geef blijk van een sympathieke, meelevende houding zonder neerbuigend te zijn. Wees erop bedacht dat de hulpzoekende 'rookgordijnen' zou kunnen optrekken om te verbergen wat de werkelijke reden is waarom hij contact zoekt. Laat u niet intimideren door beschuldigingen dat 'u niet kunt weten wat het is'. Begin uw gesprek niet met de persoon met zijn zondige levensstijl te confronteren. Dat komt op een meer natuurlijke wijze aan de orde wanneer u 'Stappen tot vrede met God', pagina 11, doorneemt.
  2. Probeer zijn vertrouwen te winnen door hem te bemoedigen. 'Ik ben blij dat ik met u kan spreken en wil u graag helpen als ik kan.'
  3. Vraag op een geschikt moment in het gesprek, zelfs als u moet voorstellen andere dingen even te laten wachten, of de persoon met wie u spreekt, Jezus Christus ooit als zijn persoonlijke Verlosser en Heer heeft aangenomen. Neem zo nodig 'Stappen tot vrede met God', met hem door. Verzeker hem dat, zoals het geval is met ieder die zonder Christus is, de levensveranderende ervaring van de weder- geboorte de eerste stap is tot geestelijke gezondheid. (Zie 2 Kor. 5:17.)
  4. Als hij positief reageert, bid dan met hem om bevrijding en om de vernieuwing van zijn denken door het evangelie. Zeg hem dat hij bereid moet zijn God sommige dingen in zijn leven te laten veranderen, ook als dat minder prettig lijkt te zijn.
  5. Vertel hem dat het belangrijk is Gods Woord te gaan lezen en bestuderen. Het is de bron van onze kennis van God en wat Hij als onze Schepper met ons voor heeft. Niemand kan Gods gedachten leren denken zonder de Bijbel.
  6. Moedig hem aan nieuwe relaties aan te knopen en met vroegere contacten te breken. Dit kan het beste worden gedaan door deel uit te gaan maken van een gemeente waar de Bijbel centraal staat en waar hij vriendschappen kan sluiten met toegewijde christenen, uit het contact waarmee hij kracht kan putten. Soms is een groep alleenstaanden beschikbaar.
  7. Moedig hem aan om voor verdergaande hulp professionele counseling te zoeken bij een gekwalificeerde voorganger of christen-psyscholoog.

Als de betrokkene zegt christen te zijn:
We moeten ons realiseren dat veel christenen worstelen met homoseksualiteit en homoseksuele verleiding.
  1. Een houding van liefde en meeleven is vereist. Neem het besluit dat u geduldig zult luisteren totdat u het verhaal van de betrokkene geheel hebt gehoord.
  2. Neem op een geschikt moment 'Stappen tot vrede met God' door om vast te stellen of hij inderdaad Christus als zijn persoonlijke Verlosser en Heer heeft aangenomen.
  3. Als u op weerstand stuit, of als er een poging is om de levensstijl van de betrokkene te verdedigen, confronteer hem dan vastberaden maar vol geduld met de boodschap van de Bijbel op dit punt. Vraag hem hoe hij zijn gedrag kan verenigen met wat de Bijbel leert. Geen enkele hoeveelheid rationalisatie kan het feit veranderen dat de Schrift homoseksueel gedrag veroordeelt. Hij moet het als verkeerd en als zonde erkennen. Het belijden ervan als zonde tegenover God en het zich van de praktijk afkeren bieden de enige werkelijke hoop voor herstel.
  4. Moedig hem aan de Bijbel te lezen en te bestuderen. Het in ons opnemen van Gods Woord leidt tot een 'vernieuwing van ons denken' (zie Rom. 12: 1, 2). Wanneer gedachtenpatronen veranderen, zullen gedrag en levensstijl zich daarbij aansluiten.
  5. Moedig hem aan actief mee te doen in een gemeente waar de Bijbel wordt onderwezen met het doel daar christelijke gemeenschap te ervaren, het Woord van God te bestuderen, te leren bidden, mee te doen in de diensten en te leren getuigen.
  6. Moedig hem aan verdere hulp te zoeken bij een professionele counseler.


Woorden uit de Bijbel
Homoseksualiteit is zonde:
  • 'Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende.'
    Romeinen 1:24-27
  • ' ... voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zodaars, voor onverlaten en onheiligen, voor vadermoorders en moedermoorders en doodslagers, hoereerders, knapenschenders, zielverkopers, leugenaars, meinedigen en al wat verder ingaat tegen de gezonde leer. . .'
    1 Timoteüs 1: 10, 11
Homoseksualiteit zal door God worden veroordeeld:
  • 'Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen? Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.'
    1 Korintiërs 6:9, 10 Genesis 18 en 19 (Lees dit alstublieft)
De kracht van het evangelie ter verlossing:
  • 'Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.'
    2 Korintiërs 5: 17
  • 'Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft ... '
    Romeinen 1: 16
  • 'De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.'
    Lucas 4: 18, 19
  • 'Doch allen, die Hem hebben aangenomen, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.'
    Johannes 1: 12
  • 'En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God.'
    1 Korintiërs 6: 11
In verzoeking is overwinning mogelijk:
  • 'Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij er tegen bestand zijt.'
    1 Korintiërs 10: 13
  • 'Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.'
    Hebreeën 2: 18
  • 'Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.'
    Hebreeën 4:14-16
Een vernieuwd denken:
  • 'Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.'
    Romeinen 12:1, 2
  • ' ... dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.'
    Efeziërs 4:22-24
  • 'De wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus ... '
    2 Korintiërs 10:4, 5
  • 'Standvastige zin bewaart gij in volkomen vrede.'
    Jesaja 26:3
2.DE HEMEL
Achtergrond
De hemel is een plaats die bereid is voor een verlost volk (Johannes 14:1-6).
Zoals de hel de laatste verblijfplaats is voor allen die leven en sterven in hun zonden, zo is de hemel de uiteindelijke verblijfplaats van allen die zijn verlost door het bloed van Christus en wedergeboren door de heilige Geest. Het is een bekende, permanente plaats, die met de volgende namen en omschrijvingen wordt aangeduid:
  • De plaats waar God woont. 'Ja, Gij zult het horen in de plaats uwer woning, in de hemel; en wanneer Gij het hoort, zult Gij vergiffenis schenken' (1 Kon. 8:30).
  • De stad van God. 'Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem' (Hebr. 12:22).
  • Het huis van mijn Vader. 'In het huis van mijn Vader zijn vele woningen' (Joh. 14:2).
  • Waar Christus is, is Gods tegenwoordigheid. 'Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen' (Hebr. 9:24).
  • De woonplaats van engelen en heiligen. 'Ziet toe, dat gij niet één dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van mijn Vader die in de hemelen is' (Matt. 18:10). 'Alzo is er, zeg Ik u, blijdschap bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert' (Luc. 15:10).
  • Het eeuwige thuis voor alle gelovigen. 'Wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen' (2 Kor. 5:8). 'Daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk worden weggevoerd, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen' (1 Tess. 4:17).
  • Een 'staat' van volkomen liefde en rust. Hij is volkomen afgescheiden van de onzuiverheden en onvolkomenheden, de misleidingen en de zonden van de aarde.

De hemel is een plaats van lofprijzing en aanbidding, en van dienst door de verlosten, voor eeuwig vrij van de zonde door Hem die onze oneindige vreugde zal zijn.
    'Niets wat onrein is, zal daar binnen komen, noch iemand die schandelijke dingen doet, doch alleen zij wier namen geschreven staan in het boek van het leven van het Lam (Op. 21:27; zie ook Op. 5:9-13.)
  • 'Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is' (1 Joh. 3:2).
  • Wij zullen onze geliefden die in Christus zijn gestorven, herkennen en ook gemeenschap hebben met de grote heiligen uit de Bijbel.
    'En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken. Petrus antwoordde en zeide tot Jezus: Here, het is goed, dat wij hier zijn; indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, voor U een, voor Mozes een, en voor Elia een' (Matt. 17:3, 4)
  • De volkomenheid en de heerlijkheden van de hemel zijn onbeschrijfelijk. 'Maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God reeds van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben' (1 Kor. 2:7,9).

Billy Graham : 'De hemel zal een plaats zijn waarin de bewoners bevrijd zullen zijn van de vrees en onzekerheden die ons in ons huidige leven plagen en achtervolgen. Geen energiecrisis daar ... We zullen vrij zijn van de economische en financiële lasten waaronder we hier gebukt gaan, vrij van de vrees voor persoonlijk en lichamelijk gevaar... Er zal geen vrees voor persoonlijk falen zijn ... Onze relatie met Hem zal intiem en direct zijn. Ik zie verlangend uit naar die glorierijke dag dat ik naar de hemel mag gaan.'

Het gesprek
  1. Met de christen die zekerheid wil hebben over de hemel en het toekomstig leven, kunt u het materiaal uit 'Achtergrond' doornemen. Misschien heeft hij een geliefde verloren; wees meelevend en gevoelig voor de heilige Geest bij uw streven hem te bemoedigen en troosten. 'Vermaant (vertroost) elkander dus met deze woorden' (1 Tess. 4:18). Vergewis u ervan dat de hulpzoekende inderdaad christen is, en klaar is om naar de hemel te gaan.
  2. Met de niet-christen met vragen over toekomstige gebeurtenissen en de hemel, kunt u het materiaal onder 'Achtergrond' doornemen.

Woorden uit de Bijbel
  • 'En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.'
    Openbaring 21:4
  • 'Want het leven is mij Christus en het sterven gewin. Indien ik in het vlees blijf leven, betekent dat voor mij werken met vrucht, en wat ik moet kiezen, weet ik niet. Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste.'
    Filippenzen 1:21-23

    Johannes 14:1-6


3.DE HEL
Achtergrond
De hel is niet het koninkrijk van Satan waar hij zal heersen over demonen en allen die slecht zijn.
Er is niets in de Schrift dat er op wijst dat de hel een soort gemeenschap van zondaren zal zijn, waar het leven min of meer doorgaat zoals het op aarde was. De mopjes over feestvieren en pret in de hel tonen onkunde over de aard en het doel ervan.

Er zijn drie Griekse woorden die in onze Bijbel met hel worden vertaald:
  1. Tartaros wordt slechts eenmaal in de Bijbel aangetroffen. 'Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond (hel) te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren .. .' (2 Petr. 2:4). De hier genoemde engelen zijn die engelen 'die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten' (in rebellie) (Jud. 6). Tartaros is dus een 'huis van bewaring' voor de opstandige engelen tot het tijd is voor hun oordeel.
  2. Hades wordt tien maal aangetroffen in het Nieuwe Testament. (Matt. 11:23; 16: 18; Luc. 10:15; 16:23; Hand. 2:17, 31; Op. 1:18; 6:8; 20:13, 14). Het is niet de uiteindelijke bestemming van hen die Christus hebben verworpen, maar een plaats van marteling totdat zij worden opgewekt om voor de grote witte troon van het oordeel te staan (zie Op. 20:13-15). Het lijden, hoewel zeer reëel, is niet lichamelijk. Hades is ook een plaats van af gescheidenheid van God, waaruit geen ontkomen is. ' ... er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die van hier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij van daar niet aan onze kant zouden kunnen komen' (Luc. 16:26). OPMERKJNG: De denkbeeldige plaats van uitzuiverend lijden (het vagevuur) wordt totaal niet in de Bijbel genoemd.
  3. Geena of Gehenna wordt twaalf maal vertaald met hel: (Matt. 2:22, 29, 30; 10:28; 18:9; Marc. 9:43, 45, 47; Luc. 12:5; Jak. 3:6. Elf van de twaalf woorden heeft Jezus zelf gesproken. Geena verwijst naar het dal Hinnom, eens een plaats waar kinderen aan de god Moloch werden geofferd (2 Kron. 33:1-6). Het lag buiten de zuidelijke muur van Jeruzalem, en was een plaats voor de bewoners om hun afval te storten. Zelfs dode kadavers van dieren en lijken van misdadigers werden daar neergegooid. Deze 'vuilstortplaats' was een plek van ontbinding en altijd brandend vuur (Marc. 9:44), en werd door Jezus gebruikt om onderwijs te geven over de uiteindelijke verblijf plaats van hen die Hem als Verlosser verwerpen.

    Geena wordt ook een poel van vuur genoemd. 'En wanneer iemand niet bevonJen werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs' (Op. 20:15). Er is geen hoger beroep mogelijk nadat bij het oordeel voor de grote witte troon vonnis is geveld. Allen die Christus hebben verworpen, zullen aanwezig zijn. 'En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk (Hades) gaven de doden, die in hen waren ... En de dood en het dodenrijk (Hades) werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood .. .' (Op. 20:13-15).

Billy Graham : 'Hoe verschrikkelijk of hoe letterlijk het vuur van de hel wel of niet zal zijn, de dorst van een verloren ziel naar het Levende Water zal meer pijn doen dan het vuur van de verlorenheid. De hel is in wezen en fundamenteel een verbanning uit de tegenwoordigheid van God wegens het bewust verwerpen van Jezus Christus als Heer en Verlosser.'

Het gesprek
  1. Als de persoon met wie u spreekt, bang is voor de hel en de mogelijkheid dat hij daar heen gaat, moedig hem dan aan ervoor te zorgen dat hij voor eeuwig gered wordt. Neem 'Stappen tot vrede met God,' pagina 11, met hem door. In Christus hoeven wij niet te vrezen voor de hel. 'Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn' (Rom. 8: 1).
  2. Als de betrokkene het bestaan van de hel ontkent, neem dan materiaal uit 'Achtergrond' met hem door.
  3. Als hij God ervan beschuldigt onrechtvaardig te zijn als hij mensen tot de hel veroordeelt, wijs er dan op dat 'het eeuwige vuur' volgens Matteüs 25:41 was bereid voor de duivel en zijn engelen, niet voor de mensen. Als iemand naar de hel gaat, is dat omdat hij bewust gezondigd heeft door Jezus Christus als Heer en Heiland af te wijzen. (Zie Joh. 3:16-18 en Joh. 5:24.) Wijs erop dat God hem zal vergeven en verlossen als hij Jezus Christus wil aannemen.
  4. Als de betrokkene God ervan beschuldigt onrechtvaardig te zijn door mensen te veroordelen die nooit een kans hebben gehad het evangelie te horen, herinner hem er dan ook aan dat God niemand tot de hel heeft veroordeeld. In het geval van hen die het evangelie nooit hebben gehoord, mogen wij erop vertrouwen dat God doet wat goed is! We kunnen er zeker van zijn dat Hij eerlijk en genadig zal zijn. Er zijn gradaties in beloningen die voor de rechterstoel van Christus worden gegeven. Men kan de logische gevolgtrekking maken dat er ook gradaties in beoordeling zijn voor hen die het evangelie niet hebben gehoord.

Woorden uit de Bijbel
  • Matteüs 11:23
  • Matteüs 16: 18
  • Lukas 10:15
  • Handelingen 2: 17, 31
  • Lukas 12:5

4.DE HEILIGE GEEST
Achtergrond
Een christen kan nooit 'volkomen', of geestelijk volwassen zijn, zonder een grondige kennis van de Persoon en het werk van de heilige Geest. Het is altijd een besef van behoefte en onvolkomenheid dat ons motiveert tot het zoeken van deze kennis.

De heilige Geest is een van de drie Personen van de heilige Drieëenheid. Hij is gelijk in positie en macht, en bezit alle essentiële aspecten van de godheid.
Hij heeft alle attributen van God:
  • Hij is eeuwig, heeft begin noch eind (Hebreeën 9:14);
  • is almachtig, heeft alle macht (Lukas 1:35);
  • is alomtegenwoordig, overal op hetzelfde moment aanwezig (Psalm 139:7);
  • is alwetend (1 Korinthiërs 2:10, 11).
Hij bezit alle kenmerken van een persoon.
De heilige Geest is niet een 'het' (zie Romeinen 8:16 en 26). De heilige Geest heeft intellect, emoties en wil.
  • Hij spreekt (Hand. 13:2)
  • doet voorbede (Rom. 8:26)
  • getuigt (Joh. 15:26)
  • leidt (Joh. 16:13)
  • beveelt (Hand. 16:6, 7),
  • stelt mensen aan (Hand. 20:28)
  • overtuigt van zonde (Joh. 16:8)
  • Men kan tegen Hem liegen en Hem op de proef stellen (Hand. 5:3, 4, 9)
  • men kan Hem weerstaan (Hand. 7:51)
  • bedroeven (Ef. 4:30)
  • lasteren (Matt. 12:31)
Iedere christen moet zijn eigen relatie tot de heilige Geest begrijpen.

  • We zijn geboren uit de heilige Geest (Joh. 3:6, 8).
  • God heeft ons de heilige Geest gegeven (Joh. 14:16; 16:7).
  • Wij zijn gedoopt door de Geest (1 Kor. 12:13).
  • Wij zijn de tempel van de heilige Geest (1 Kor. 6:19, 20).
  • Wij zijn verzegeld door de heilige Geest (Ef. 1:13).
  • Datgene wat onze potentiële realiteit is:
  • Iedere christen heeft de heilige Geest, maar niet iedere christen is vervuld met de heilige Geest. Wij moeten naar deze volheid verlangen omdat God het ons opdraagt. 'Wordt vervuld met de Geest' (Ef. 5: 18).

Billy Graham: 'Ik geloof dat de Bijbel leert dat er één doop in de Geest is - wanneer wij tot geloof in Christus komen. De Bijbel leert ons dat er veel vervullingen zijn - we moeten zelfs voortdurend worden vervuld door de heilige Geest. Eén doop, vele vervullingen. Wanneer wij vervuld zijn met de Geest, is het niet een kwestie dat er meer van Hem zou zijn, alsof zijn werk in ons kwantitatief is. Het is niet hoeveel wij van de Geest hebben, maar hoeveel de Geest van ons heeft ... Naarmate wij meer en meer begrijpen over het leiderschap van Christus, geven wij ons meer aan Hem over. En zo, strevend naar de volheid van de Geest, ontvangen wij zijn vervulling en zijn volheid meer en meer.'

Het gesprek
  1. Als een vraag over de heilige Geest wordt gesteld, probeer dan een antwoord te geven aan de hand van het materiaal in 'Achtergrond'.
  2. Als er een vraag wordt gesteld of een verlangen naar de volheid van de heilige Geest wordt uitgesproken, noem dan de volgende punten:
    1. Begrijp dat God ons zijn heilige Geest heeft gegeven en dat Hij in ons woont. Zie teksten in 'Achtergrond'.
    2. Begrijp dat God ons opdraagt met de heilige Geest vervuld te zijn (Ef. 5:18).
    3. Begrijp dat wij eerlijk en oprecht af moeten rekenen met iedere bekende zonde in ons leven voordat wij zijn volheid kunnen ontvangen. Het gaat hierbij om bekering en schuldbelijdenis aan God.
    4. Wij geven duidelijk en volkomen de leiding over ons leven over aan de Heer in een daad van toewijding en overgave. Wij zweren onze eigen weg af en zoeken boven alles ons voortdurend te onderwerpen aan Christus als Heer zodat wij op alle terreinen van ons leven onder zijn heerschappij staan. Deze gehoorzaamheid vereist een dagelijk~e overgave van onszelf aan God zodat wij de geheimen van het wandelen in geloof mogen leren. Wanneer wij aan God en zijn wil zijn overgegeven, worden wij vervuld met de heilige Geest. De heilige Geest bestuurt en leidt ons. Nu moeten wij op basis van deze waarheid handelen, en wandelen of leven in de volle zekerheid dat God ons reeds heeft vervuld, en dat wij onder zijn leiding en heerschappij staan.
  3. Bid met de betrokkene over de toepassing van deze waarheid in zijn leven en dat hij met de Geest vervuld mag worden.

Woorden uit de Bijbel
  • 'En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te blijven, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.'
    Johannes 14: 16, 17
  • 'Maar gij zult kracht ontvangen wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.'
    Handelingen 1:8
  • 'Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, doch indien ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; van gerechtigheid, omdat Ik ga naar de Vader en gij Mij niet langer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.'
    • Handelingen 2:4
    • Johannes 3:6-8
    • 1 Korintiërs 12:13
    • Johannes 16:13, 14
    • 1 Korintiërs 6:19, 20
    • Efeziërs 1:13
    • Romeinen 8: 14-16
    • Zie ook Vrucht en Gaven van de heilige Geest
    • Johannes 16:7-11


VRUCHT VAN DE HEILIGE GEEST
Achtergrond
De vervulling met de heilige Geest (vorige hoofdstuk) omvat twee gebieden: blijk van de vrucht van de heilige Geest (dit hoofdstuk) en van de gaven van de Geest (volgende hoofdstuk).

Vervuld zijn met de heilige Geest betekent dat de gelovige de vrucht van de Geest in zijn leven vertoont. Het nieuwtestamentische patroon voor ons leven wordt omschreven in Matteüs 7:16: 'Aan uw vruchten zult gij hen kennen.' Het eerste blijk dat men met de Geest vervuld is, is een godvruchtig leven.

God wil christenen die volwassen zijn in het geloof, die de vrucht van de Geest vertonen zoals genoemd in Galaten 5:22: 'liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.'

'De vrucht van de Geest is wat God in ons leven verwacht,' zegt Billy Graham.

'Anders dan bij de gaven van de Geest, is de vrucht van de Geest niet onder de gelovigen verdeeld. Integendeel, alle christenen moeten worden gekenmerkt door alle vrucht van de Geest. Eenvoudig gezegd vertelt de Bijbel ons dat wij de Geest nodig hebben om vrucht in ons leven voort te brengen omdat wij zonder de Geest geen godsvrucht kunnen produceren. In ons eigen wezen zijn wij vervuld met alle soorten zelfzuchtige verlangens die tegengesteld zijn aan Gods wil voor ons leven.' Hoe kunnen wij bevorderen dat deze vrucht van de Geest in ons leven zichtbaar wordt?

We moeten ons bewust overgeven aan de heilige Geest in het licht van 1 Korintiërs 6:19, 20 en Romeinen 12:1, 2. Stel uzelf de vraag of u zich ooit hebt gerealiseerd dat u God toebehoort, dat uw lichaam een verblijfplaats, een tempel is van de heilige Geest? Hebt u uw lichaam (leven) ooit aan God opgedragen zoals Romeinen 12: 1 zegt?

Vervolgens moeten we onszelf zien als voor de zonde gestorven en levend geworden voor Christus (Rom. 6:11). Paulus zei in Galaten 2:20: 'Met Christus ben ik gekruisigd (ik ben gestorven toen Hij stierf), en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.' U bent dood voor de zonde in de zin dat de zonde geen macht meer over u heeft (zie Rom. 6: 12, 13).

Vervolgens besluiten wij in geloof dat wij ons onder de heerschappij van Christus plaatsen. Dit gebeurt op steeds diepere en grotere wijze naarmate wij ons denken onder controle brengen. Onze daden volgen de controle van de Geest over onze gedachten. 'En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene' (Rom. 12:2).

We werken aan één vrucht tegelijk, en bidden in geloof dat de liefde, blijdschap, vrede, geduld waarover in Galaten 5:22 en 23 wordt gesproken, werkelijkheid worden in ons leven.

Het gesprek
  1. Als de persoon met wie u spreekt zich zorgen maakt over onvoldoende vrucht van de Geest in zijn leven, zoek dan onder 'Achtergrond' de geschikte informatie.
  2. Soms komt u er door vragen te stellen achter, waar het in concreto om gaat.
    Vraag:
    • 'Is er onbeleden zonde in uw leven die u van een intieme wandel met God afhoudt?'
    • 'Bent u zich bewust van gebrek aan persoonlijke discipline?'
    • 'Is er een gebroken relatie met iemand anders waarvoor genezing nodig is?'
    • 'Blijft u bewust in Christus?'
    • 'Leest en bestudeert u dagelijks het Woord?'
    • 'Bidt u aangaande uw relatie met Christus en vraagt u Hem de vrucht van de Geest in u tot ontwikkeling te doen komen?'
  3. Bid met de betrokkene dat zijn verlangen naar de volheid van de Geest en de vrucht van de Geest mag worden vervuld.


Woorden uit de Bijbel
  • 'Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.'
    Romeinen 12:1, 2
  • 'Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam.'
    1 Korintiërs 6:19, 20
  • 'Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God.'
    Romeinen 6: 11-13
    Galaten 5:22, 23


GAVEN VAN DE HEILIGE GEEST
Achtergrond
De waarlijk toegewijde christen wil alles ontvangen wat God hem wil geven. We hebben Gods genade ontvangen door de Persoon en het werk van de Heer Jezus Christus. Nu moeten wij ons openstellen om de gaven van de heilige Geest te ontvangen.
'Streeft dan naar de hoogste gaven' (1 Kor. 12:31).

We moeten echter niet aanmatigend zijn door gaven op te eisen, maar de soevereine heilige Geest vertrouwen dat Hij aan 'een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil' (1 Kor. 12:11). Veel mensen zeggen in het bezit van bepaalde gaven te zijn, maar hun leven en bediening geven daar geen blijk van. Geestelijke gaven moeten niet beschouwd worden als zouden ze een gelovige of groep gelovigen heiliger of meer geestelijk maken dan anderen.

Geestelijke hoogmoed kan het nuttig effect van een gave tot nul reduceren. Sommige christenen bezitten de meer in het oog springende gaven, zoals voor het prediken, onderwijzen of evangeliseren. Dit betekent niet dat zij 'superchristenen' zouden zijn. Zij gebruiken alleen maar de gaven die God hun heeft gegeven. De christen die de stille gave van het geloof gebruikt, is voor God en de opbouw van het Lichaam even belangrijk. Nergens wordt in de Schrift aangegeven dat wij dezelfde gaven moeten nastreven. Alle gaven zijn niet gelijk, maar zij hebben allemaal hetzelfde doel: zij zijn bedoeld om aan de eenheid en de opbouw van het Lichaam, de gemeente, een bijdrage te leveren (Ef. 4:12-16)

. Twee gedeelten in de Schrift die een opsomming van de gaven van de heilige Geest geven:
  • 'Want de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; de een geloof door dezelfde Geest en de ander gaven van genezingen door die ene Geest; de een werking van krachten, de ander profetie; de een het onderscheiden van geesten, en de ander allerlei tongen, en weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil' (1 Korinthiërs 12:8-11).
  • 'En Hij heeft zowel apostelen als prof eten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus' (Efeze 4:11, 12).

Billy Graham: 'Deze gaven komen tot ons van de heilige Geest. Hij bepaalt wie de gaven krijgt, en Hij deelt ze uit zoals het Hem goeddunkt. Terwijl wij verantwoording schuldig zijn voor het gebruik van gaven die Hij ons geeft, hebben we geen verantwoordelijkheid voor gaven die ons niet zijn gegeven. Evenmin mogen wij begeren wat iemand anders heeft of jaloers op hem zijn. We mogen verlangen bepaalde gaven te hebben en er zelfs om vragen, maar als het niet de wil van de heilige Geest is, zullen we niet krijgen waarom wij vragen. En als wij ontevreden zijn omdat de heilige Geest ons niet de gaven geeft die we willen hebben, dan zondigen wij.'

Het gesprek
  1. Blijf binnen de richtlijnen van de hier gegeven 'Achtergrond' wanneer u vragen krijgt over de gaven van de Geest. Het is mogelijk op een zijspoor te worden gevoerd door iemand die de gaven tot iets wil maken waarvoor ze nooit zijn bedoeld.
  2. Maak duidelijk dat men een wedergeboren christen moet zijn om de gaven van de Geest te kunnen ontvangen. In tegenstelling tot wat sommigen beweren, kan deze volgorde niet worden omgekeerd. Vraag de persoon met wie u spreekt of hij de Here Jezus Christus als zijn Heer en Verlosser heeft aangenomen. Zo niet, neem dan 'Stappen tot vrede met God', pagina 11, met hem door.
  3. Als u spreekt met een gelovige die oprecht verlangt naar de volheid van de heilige Geest en naar een gave van de Geest, raad hem dan aan ruim de tijd te nemen voor een nauwkeurige bestudering van de bijbelgedeelten die over de gaven gaan, het boek Handelingen en de brieven van Paulus, waar wij zien hoe de gaven functioneren. Oprecht en intens gebed moet de studie begeleiden, zodat geestelijk onderscheidingsvermogen en wijsheid zullen komen om de zoeker bij excessen weg te houden.
  4. Raad hem aan zich niet overmatig te laten beïnvloeden door mensen of groepen die een standaard benadering lijken te hebben voor het ontvangen en gebruiken van een gave, of die beweren dat alle gelovigen bepaalde gaven dienen te bezitten. Ieder mens moet de heilige Geest vertrouwen dat Hij de gaven toedeelt zoals Hij dat wil (zie Joh. 3:8 en 1 Kor. 12:11).
    Een opmerking van Silly Graham helpt dit in perspectief te zetten: 'Ik geloof dat een persoon die met de Geest vervuld is - zich voortdurend aan het Heer-zijn van Christus onderwerpt - zijn gaven tamelijk gemakkelijk zal gaan ontdekken. Hij wil dat God hem in zijn leven leidt, en dat is de soort persoon die God rijkelijk zal zegenen en de gaven zal tonen die de heilige Geest hem heeft geschonken.'
  5. Zeg hem dat wij naast de gaven van de Geest ook voortdurend de vrucht van de Geest moeten nastreven. 'Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet' (Gal. 5:22, 23). Vrucht en gaven moeten hand in hand gaan. We worden aan onze vruchten gekend (Matt. 7:16, 20).
  6. Bid met de persoon voor een duidelijk blijk van de vrucht van de Geest in zijn leven en voor een toenemende en effectieve dienst aan het Lichaam van Christus en de wereld met gebruikmaking van de gave(n) die de soevereine Geest van God hem geeft.

Woorden uit de Bijbel
Bestudeer 1 Korintiërs 13 in verband met andere gedeelten om een juist perspectief te krijgen op de gaven van de heilige Geest.
'Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods.' 1 Petrus 4: 10