BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

JEZUS CHRISTUS en JALOEZIE/BEGEERTE

JEZUS CHRISTUS
Achtergrond
Men heeft van Jezus gezegd dat Hij de grootste godsdienstige leider is die ooit heeft geleefd, de meest invloedrijke persoon die ooit op onze planeet heeft rondgelopen en zó uniek dat niemand met Hem kan worden vergeleken.

Maar als men Jezus Christus uitsluitend op de basis van een voorbeeldig leven en van zijn superieure morele leringen beschouwt, zijn daarmee nog niet de struikelblokken ten aanzien van het christelijk geloof verwijdert die een ongelovige wereld opwerpt.

De ware test van wat men over Hem denkt, moet gaan over wat Hij beweerde over Zichzelf, wie Hij zei dat Hij was en wat Hij tijdens zijn korte optreden op onze planeet heeft gedaan. Onze conclusie moet zijn dat er geen christelijk geloof is zonder Christus; alles draait om Hem.

Het allesbeheersende thema van de Schrift is de persoon en het werk van Jezus Christus.
  • Hij is God.
  • Hij werd een menselijk wezen
  • Stierf door kruisiging
  • Werd begraven.
  • Hij is opgestaan uit de doden.
  • Hij is de enige, algenoegzame Verlosser van de wereld.
  • Hij zal naar deze aarde terugkeren.

Als men dit alles uit de Schrift verwijdert, heeft wat overblijft geen samenhangende betekenis en continuïteit meer.

Jezus Christus is God:
Het feit dat Hij God was, is de enige verklaring voor alles wat Hij was en alles wat Hij heeft gedaan.
  1. Hij was pre-existent met de Vader. 'Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is'
    (Joh. 1:2, 3). (Zie ook Joh. 17:5 en Kol. 1:17).
  2. Hij is de Zoon van God.
    1. Zijn vijanden gaven toe: 'Omdat Hij ... ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijk stelde' (Joh. 5:18).
    2. Petrus beleed het: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!' (Matt. 16: 16).
    3. Jezus bevestigde: 'Ik en de Vader zijn één' (Joh. 10:30).
  3. Hij was zondeloos, zoals alleen God kan zijn.
    1. Jezus daagde zijn tegenstanders uit: 'Wie van u overtuigt Mij van zonde?' (Joh. 8:46).
    2. Petrus getuigde: ' ... daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden .. .' (1 Petr. 2:21, 22).
    3. Paulus stelde: 'Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem' (2 Kor. 5:21).
  4. Hij vergeeft zonde, zoals alleen God dat kan doen.
    1. De schriftgeleerden zeiden: 'Wie kan zonden vergeven dan God alleen?' (Marc. 2:7).
    2. Jezus zei: 'Maar, opdat gij weten moogt dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven .. .' (Matt. 9:6). (Zie ook Joh. 8:11.)
    3. Petrus schreef: 'Die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen' (1 Petr. 2:24).
  5. Hij deed grote wonderen.
    1. Hij genas de zieken: Matteüs 8:9-13; Lucas 4:31-44; 5:12- 15; Johannes 4:43 tot 5: 16 en vele andere teksten.
    2. Hij gaf de hongerigen te eten: Johannes 6; Marcus 8.
    3. Hij wekte doden op: Lucas 7:11-18; Johannes 11:1-46.

Jezus Christus werd mens:
'Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond... vol van genade en waarheid' (Joh. 1:14). (Zie ook Fil. 2:7, 8.)
  1. Zijn wonderlijke geboorte was 800 jaar voor zijn komst geprofeteerd: 'Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam lmmanuël geven' (Jes. 7:14).
  2. De profetie werd letterlijk vervuld. 'Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven' (Luc. 1:30, 31).
  3. Jezus vertoonde menselijke kenmerken:
    • Hij werd moe (Joh. 4:6).
    • Hij had dorst (Joh. 19:6).
    • Hij at voedsel (Luc. 24:40-43).
    • Hij toonde gevoelens (Marc. 6:34)
    • Hij weende (Joh. 11:35).
    • Hij kende verleiding (Hebreeën 4:15)
    • Hij stierf (Joh. 19:30).

Jezus deed de werken uan zijn Vader:
  1. Hij stierf aan het kruis. Dit is het fundamentele thema van het evangelie.
    1. Het feit van zijn dood - Een vierde gedeelte van de evangeliën is aan zijn lijden en opstanding gewijd.
      • (1) Om deze reden was Hij in de wereld gekomen (Joh. 12:27).
      • (2) Zijn dood was honderden jaren voor zijn komst geprofeteerd (Jes. 53:3- 8).
    2. De betekenis van zijn dood.
      • (1) Het was een losprijs voor de zonde (Matt. 20:28; Rom. 3:24; 1 Petr. 1:18).
      • (2) Het was om de straf voor de zonden te betalen (Rom. 3:24; 1 Joh. 2:2; 4: 10). De mens is het voorwerp van Gods toorn wegens zijn opstandigheid en zonde, maar God nam het initiatief ter voldoening van zijn toorn door zijn eigen Zoon naar Golgotha te sturen.
      • (3) Het is een verzoening. De vijandschap tussen ons en God is voorbij (Rom. 5:10), en wij zijn verzoend met God (2 Kor. 5:18, 19).
      • (4) Het is plaatsvervanging: Hij stierf in onze plaats (1 Petr. 3:18; 2 Kor. 5:21).
      • (5) Samenvattend: het probleem van de zonde is volkomen opgelost (1 Petr. 2:24; Hebr. 9:26; 10: 12).
  2. Hij werd uit de doden opgewekt. Dit is uniek en fundamenteel voor het christelijk geloof.
    1. De realiteit van de opstanding (Joh. 20:1-10; 1 Kor. 15:4).
    2. De geloofwaardigheid van de opstanding:
      • (1) Jezus heeft het voorzegd: Matteüs 13:39-41; Lucas 24:1-7.
      • (2) Het graf was leeg: Johannes 20:11-13.
      • (3) Vele getuigen hebben Hem levend gezien: de vrouwen (Luc. 23:55, 56); Maria van Magdala (Joh. 20:1, 2, 11-18); Petrus en de andere discipelen (Joh. 20:3-9, 19, 20, 24-31; 21:1-14).

De gevolgen van zijn werk:
  1. Hij is opgevaren naar zijn Vader (Luc. 24:49-53; Hand. 1:6-11).
  2. Hij is onze eeuwige Middelaar (1 Tim. 2:5; Hebr. 8:6; 1 Joh. 2:1).
  3. Hij is onze Verlosser: 'Gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden' (Matt. 1:21). 'Deze heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken' (Hand. 5:31).
    1. Hij is de enige Verlosser. 'En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden' (Hand. 4:12).
    2. Hij is een volkomen Verlosser. 'Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten' (Hebr. 7:25).
    3. Hij is een persoonlijke Verlosser. 'Indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden VJOrden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis' (Rom. 10:9, 10).

De kroon op zijn werk:
  1. Hij zal op aarde terugkeren (Hand. 1:11; Hebr. 10:37; Joh. 14:3).
  2. De mensen die in Christus geloven, zullen lichamelijk worden opgewekt om een nieuw, eeuwig leven te beginnen (1Tess.4:17-18; 1 Kor. 15:51-58).
  3. Hij zal heersen als Koning der koningen en Heer der heren over zijn nieuwe schepping (2 Petr. 3:10-13; Op. 22:3-5).

Het gesprek
De beste bepaling van onze houding ten aanzien van Jezus Christus en wat Hij over Zichzelf zegt, is de volgende:
  1. Hem aannemen als Heer en Verlosser... Vraag de persoon met wie u spreekt of hij dit heeft gedaan.
  2. Kroon Hem tot Heer van uw leven. 'Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij' (Matt. 15:8). 'Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene' (Rom. 12:1, 2).
  3. Getuigen van Hem zoals Hij opdraagt. 'Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus' ( 1 Joh. 1:3). 'Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde' (Hand. 1:8).

Woorden uit de Bijbel
  • Zijn God-zijn:
    Johannes 1:1-3; 17:5; 8:56-59; 10:30-33; Kolossenzen 1:15-19; 2:8, 9; Filippenzen 2:6- 11; Openbaring 5:12- 14.
  • Zijn mens-zijn:
    Johannes 1:14; Filippenzen 2:5-8; Johannes 10:30; 1 Johannes 1:1-4; Lucas 1:30-33; Matteüs 1:18; Hebreeën 4:15; Marcus 6:34; Johannes 11:35; 19:28; Lucas 24:40-43.
  • Zijn dood:
    Matteüs 27:32-47; Marcus 15:20-47; Lucas 23:26-49; Johannes 19:1-42; 2 Korintiërs 5:21; 1 Petrus 1:18, 19; 2:22-24; Jesaja 53; 1 Johannes 3:5-8; 1 Korintiërs 15:2-4
  • Zijn opstanding:
    Matteüs 28; Marcus 16; Lucas 24; Johannes 20 en 21; Handelingen 2:24-36; 1 Korintiërs 15; Galaten 2:20; Romeinen 10:9, 10; 1 Petrus 1:19-21; 1 Tessalonicenzen 1:10
  • Zijn wederkomst:
    1 Tessalonicenzen 4:13-18; 2 Tessalonicenzen 2:1-11; 1 Korintiërs 15:51-57; Johannes 14:1-6; Handelingen 1:11; Matteüs 24:30; Openbaring 1:7; Johannes 21:23; Matteüs 24:42-44; 1 Johannes 3:2, 3


JALOEZIE EN BEGEERTE (AFGUNST)
Achtergrond
Afgunst, jaloezie en begeerte zijn kwade dingen die nauw verband met elkaar houden. Ontevredenheid met onze positie en bezittingen wijst dikwijls op een zelfzuchtige houding die tot onverdraagzame, haatdragende en kwaadwillige gevoelens leidt jegens een werkelijke of vermeende rivaal.

We kunnen afgunstig zijn op het succes, de persoonlijkheid, de materiŽle bezittingen, het uiterlijk of de positie van iemand anders. Ter compensatie van een gefrustreerd ego maken we dan onvriendelijke en destructieve opmerkingen en geven onszelf over aan zelfmedelijden, woede, bitterheid en depressie.

Kaïn was afgunstig jegens Abel omdat het offer van Abel door God werd aanvaard maar dat van Kaïn niet. Hij werd jaloers, vol begeerte naar wat hem was onthouden. Woede, bitterheid, depressie en moord volgden. 'Want waar naijver en zelfzucht heerst, daar is wanorde en allerlei kwade praktijk' (Jak. 3: 16).

Afgunst en jaloerse ambitie waren de motieven van Lucifer om in opstand te komen tegen God. 'Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten ... mij aan de Allerhoogste gelijkstellen' (Jes. 14:13, 14).

Billy Graham: 'U kunt geen volledig uitgegroeide en functionerende persoonlijkheid hebben en tegelijk afgunst koesteren in uw hart. We lezen in Spreuken 14:30: 'Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees, maar jaloersheid is vertering voor de beenderen.' Afgunst is geen defensief wapen; het is een offensief instrument, gebruikt in een geestelijke hinderlaag. Het verwondt om te verwonden en veroorzaakt pijn alleen om pijn te doen.'

De apostel Paulus geeft eens en voor altijd de remedie voor de zonde van afgunst, jaloezie en begeerte. 'Ik heb geleerd met de omstandigheden waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is ... Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft' (Fil. 4: 12, 13).

Het gesprek
Voor de niet-christen:
  1. Als u bij de hulpzoekende afgunst, jaloezie of begeerte opmerkt, wijs er dan voorzichtig maar vastberaden op dat deze houding God mishaagt.
  2. Zeg hem dat hij bevrijding moet vinden van afgunst, jaloezie en begeerte. Nu Christus in zijn leven is gekomen, zal hij in staat zijn te leren zijn denken en daden in een andere richting te sturen, op een manier die de vernieuwing van zijn leven in Christus reflecteert. Afgunst, jaloezie en begeerte moeten als zonde worden beleden, waarna vergeving en reiniging ervan mag worden ontvangen en ervaren.
  3. Afgunst, jaloezie en begeerte moeten worden omgezet in 'vrucht die aan de bekering beantwoordt' (Luc. 3:8). (Zie ook Fil. 2:3, 4.)
    1. Bid voor hen op wie u afgunstig en jaloers was.
    2. Zoek het goede in anderen.
    3. Leer de mensen waarop u eens jaloers was, kennen; leer uw waardering uit te spreken voor hun bezit en eigenschappen die voorheen negatieve reacties en zonde in u produceerden.
  4. Raad hem aan een begin te maken met het lezen, bestuderen en uit het hoofd leren van de Bijbel. Wanneer het Woord van God onze gedachten begint te vervullen, verdringt het de 'werken van het vlees' (Gal. 5:17-21).
  5. Moedig hem aan dagelijks enige tijd in gebed door te brengen.
  6. Raad hem aan zich aan te sluiten bij een gemeente waarin de Bijbel centraal staat en daarin actief mee te gaan werken.
  7. Bid met hem om overwinning over afgunst, jaloezie en begeerte. Bid ook dat zijn toewijding aan Christus zijn leven zal vernieuwen.

Voor de christen:
  1. Raad hem aan de vicieuze cirkel in zijn denken te doorbreken door openlijk het probleem te erkennen. Hij moet zich richten op de werkelijke oorzaken van zijn zonde en niet op andere mensen, omstandigheden, 'pech', gebrek aan aanvaarding door anderen, of mislukkingen in zijn leven. Hij moet leren de zaken recht in het gezicht te zien.
  2. Help hem zijn zonden te belijden en zich te bekeren. Leg nadruk op 1 Johannes 1:9 en 2:1. Hij moeten open en concreet zijn in zijn gebed.
  3. Moedig hem aan het Woord van God te lezen en te bestuderen. Dwight L. Moody heeft gezegd: 'Zonde houdt u van dit Boek vandaan. Dit Boek zal u van de zonde vandaan houden.' Dring er bij hem op aan dat hij trouw naar teksten zal zoeken die over zijn problemen spreken en dat hij er dan over zal bidden. Hij moet God vragen die woorden in zijn hart te branden. Gods Woord brengt overtuiging van zonde, maar ook opluchting, wanneer wij leren Hem te gehoorzamen.
  4. Behandel deze zonden als 'verkeerde gewoonten' die moeten worden doorbroken. Begin het beginsel van afleggen-aandoen in praktijk te brengen. Dit zal hem erg helpen. Hij moet beginnen met één aspect van het probleem, en er zich op blijven richten tot hij het onder controle heeft, en vervolgens andere aspecten aanpakken totdat hij verdere vooruitgang ziet. Het is vaak nuttig als de huwelijkspartner of een christen-vriend helpt de vooruitgang te beoordelen. Het is ook aanbevelenswaardig met deze persoon te bidden over concrete aspecten van het probleem.
  5. Moedig hem aan mee te gaan in een of andere vorm van christelijke dienst in het verband van een gemeente waar de Bijbel wordt onderwezen. Dit kan leiden tot meer objectieve en constructieve denkpatronen, wat zal helpen zijn houding onder controle te krijgen.
  6. Moedig hem aan een dankbare houding te ontwikkelen ten aanzien van het leven, ten aanzien van de dingen die hem overkomen, en ten aanzien van de mensen die zijn pad kruisen. Het vervangen van kritiek door dank is een goede oefening die bemoedigende resultaten zal opleveren.
  7. Bid met hem persoonlijk om overwinning en een nieuw-gevonden vreugde in zijn christelijke ervaring.

Woorden uit de Bijbel
  • 'Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.'
    Kolossenzen 3:1-4
  • 'Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees, maar jaloersheid is vertering voor de beenderen.'
    Spreuken 14:30
  • 'Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten.'
    Hebreeën 13:5 'En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen.'
    Hebreeën 10:24, 25
    Spreuken 27:4
    1 Korintiërs 3:3