BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

OVERSPEL - OORLOG - ORGAANDONATIE

OVERSPEL
Achtergrond
Gods Woord maakt duidelijk dat het huwelijk een toewijding voor het leven is aan die ene persoon die men tot levenspartner heeft gekozen. Deze toewijding betekent dat we 'alle anderen verzaken'.
'Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn.' (Mattheüs 19:5)

Seksuele ontrouw is echter volgens sociologische onderzoekingen en rapporten over seksueel gedrag epidemisch geworden, zowel aan de kant van de man als van de vrouw. Overspel wordt door God in zijn Woord zowel verboden als veroordeeld; de Bijbel stelt duidelijk dat zijn toorn rust op hen die zich daaraan schuldig maken.
  • 'Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen.',br. (Hebreeën 13:4)
  • 'Weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen? Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers... zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.'
    (1 Korinthiërs 6:9, 10)
  • 'Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.'
    (1 Korinthiërs 6:18)

Bedenk wat enkele gevolgen ervan zijn:
  • Emotioneel: schuld, vrees, onrust, verlies van gevoel van eigenwaarde, beschadigde persoonlijkheid, depressie enzovoort.
  • Lichamelijk: onwettige zwangerschappen en geboorten, geslachtsziekten, aids, abortussen.
  • Geestelijk: een verlies in dit leven en in het leven hierna.

Billy Graham: 'Hoeveel gezinnen zijn niet verwoest door mannen en vrouwen die ontrouw zijn! Hoeveel zonde wordt er niet iedere dag op dit punt bedreven. God ziet uw schuld niet door de vingers! Er komt een dag waarop u verantwoording moet afleggen. 'U zult gewaar worden dat uw zonde u vinden zal' (Num. 32:23). Ze zullen u vinden in uw eigen gezinsleven hier in uw relatie met uw partner; zij zullen u vinden in het leven na dit leven.'

Overspel is zonde, maar het is ook een symptoom dat in een huwelijk niet alles goed is.
Er zijn veel redenen voor overspel. Bijvoorbeeld:
  • Onze eigen, zondige verlangens.
    'Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte.' (Jakobus 1:14)
  • Gebrek aan innerlijke volwassenheid.

50 procent van de huwelijken van tieners in de Verenigde Staten eindigt binnen vijf jaar in een scheiding; maar leeftijd is niet het enige criterium. Onvolwassen zelfzucht kan op elke leeftijd tot ontrouw leiden. Een ander teken van onvolwassenheid is een gebrek aan bereidheid om de verantwoordelijkheid voor een gezin op zich te nemen.
  • Een altijd eisende, kritische, ontevreden, klagerige man of vrouw.
  • Gebrek aan seksuele voldoening bij een van beide huwelijkspartners.
  • Overdracht van vijandigheid die men voor een moeder of vader gevoelt op de eigen huwelijkspartner.
  • Bemoeizuchtige familieleden die een huwelijk met kritiek of goedbedoeld advies kunnen verstikken.
  • Gebrek aan voldoende seksuele voorlichting.

U kunt geen gemakkelijke oplossingen verwachten wanneer u met het probleem van overspel te maken krijgt. God kan echter het wonder van de wedergeboorte teweegbrengen in een niet-christen en van geestelijke vernieuwing in zijn kinderen die Hem ongehoorzaam zijn. Als u erin slaagt iemand tot toewijding aan Christus te leiden, kunt u erop vertrouwen dat dit een nieuw perspectief brengt, waardoor het gemakkelijker wordt herstel te brengen in het leven van de betrokkene en blijvende oplossingen te bereiken.

Het gesprek
Voor de partner die overspel bedrijft
  1. Probeer over te komen als een belangstellend, meelevend persoon zonder neerbuigend te zijn. U bent blij dat u beschikbaar bent om te luisteren en u hoopt dat een oplossing kan worden gevonden.
  2. Wees niet veroordelend en neem geen houding aan van 'ik ben blij dat ik niet zo slecht ben als u.' Begin niet onmiddellijk met het citeren van bijbelteksten die een veroordeling inhouden; die komen vanzelf aan bod wanneer u over de liefde van Christus spreekt als de gelegenheid zich daarvoor voordoet.
  3. Moedig hem of haar aan over de situatie te spreken zodat u een compleet beeld van de omstandigheden kunt krijgen. Vraag tegelijkertijd niet door naar te veel details.
  4. Wanneer u van mening bent dat er voldoende informatie is gegeven, zeg dan dat u aan oplossingen wilt werken. U wilt echter eerst een andere vraag stellen, namelijk of hij of zij Jezus Christus heeft aangenomen als zijn/haar persoonlijke Heer en Verlosser. Als de persoon een christen is bid met hem of haar in deze hernieuwde toewijding, en ga daarna verder.
  5. Nadat u met hem of haar hebt gebeden, vraagt u welke oplossing hij of zij zelf ziet voor het probleem van het overspel.
  6. Maak een overgang naar de Bijbel. Wijs erop dat God niet alleen verlangt dat wij overspel belijden als zonde, maar dat wij het uit ons leven weg doen. 'Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.' (Spreuken 28:13)
  7. Stel voor dat de hulpzoeker nagaat wat de redenen voor deze ontrouw kunnen zijn en deze aan u vertelt. U zou enkele 'Redenen voor overspel' kunnen noemen uit de 'Achtergrond' om het denken te stimuleren. Stel voor dat hij of zij deze redenen met de partner bespreekt. Een eerlijke poging tot communiceren is de enige manier waarop de dingen aan het licht kunnen komen en een klimaat kan ontstaan waarin aan oplossingen kan worden gewerkt. Om te beginnen moet de ontrouwe partner berouw tonen en om vergeving vragen.
  8. Raad hem of haar aan samen met zijn of haar partner Gods Woord te gaan lezen en bestuderen. Dit zal hen beiden duidelijker doen zien wat hun verantwoordelijkheid is en hen sterker maken tegen verleiding en zonde. Moedig hen tevens aan samen te bidden.
  9. Moedig hen aan zich actief te verbinden aan een gemeente waar de Bijbel wordt onderwezen. Dit zal kracht geven door de gemeenschap met andere christenen, de diensten en het bestuderen van de Bijbel. Hun doel moet zijn dat zij sterke, toegewijde christenen worden. De afwezigheid van een vitale relatie met Christus is de belangrijkste factor in dit probleem.
  10. Adviseer hem of haar met de voorganger te gaan praten om bemoediging en raad te ontvangen. Als hij of zij de hulp die nodig is, niet bij de voorganger vindt, moet hij of zij hulp zoeken bij een professionele christen-psycholoog of -psychiater.

Voor de partner van de overspelige partij
Hij of zij voelt zich vaak verraden en afgewezen en heeft veel pijn. Hoewel vaak slechts één van de partners schuldig is aan ontrouw, kan het zijn dat beide huwelijkspartners ertoe hebben bijgedragen.
  1. Moedig de persoon aan zichzelf de volgende vragen te stellen:
    1. Op welke wijze heb ik misschien bijgedragen aan de ontrouw van mijn partner?
      Ben ik te kritisch?
      Ben ik een goede steun voor hem/ haar?
    2. Welke omstandigheden zijn er in ons huwelijk die tot het probleem kunnen hebben bijgedragen?
      Ouders?
      Onkunde?
      Werktijden, of afwezigheid?
      Gebrek aan communicatie?
    3. Hoe kan ik meehelpen om tot een oplossing te komen en onze relatie te redden?
  2. Help hem/haar tot het beste actieplan te komen:
    1. Vergeving.
      De dingen kunnen nooit worden opgelost als er geen vergeving is. Dit kan erg moeilijk zijn, maar er kan een manier worden gevonden. De betrokkenen moeten God om genade en wijsheid vragen om dit probleem onder ogen te zien. De schuldige partner moet zowel vergeving vragen aan God als aan de partner.
    2. Communicatie.
      Het echtpaar moet een vastberaden poging doen om met elkaar te communiceren en alle facetten van het onderwerp vrijuit te bespreken. Gebrek aan communicatie kan een belangrijke factor van het probleem zijn geweest. Het is nu het juiste moment om dit te corrigeren.
    3. Gebed.
      Het echtpaar dient samen te bidden en God te vertrouwen om de dingen uit te werken zodat het huwelijk kan worden gered en sterker wordt.
    4. Counseling.
      Ze dienen bereid te zijn serieuze professionele counseling te overwegen met een bekwame voorganger of christen-psycholoog of -psychiater.
      Het kan tijd kosten om de problemen goed op te lossen.


Woorden uit de Bijbel
  • 'Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.'
    (Jezus spreekt hier tot de vrouw die op overspel is betrapt) 'Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer.'
    1 Johannes 1:9
    Johannes 8: 11
  • 'Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen.'
    Hebreeën 13:4
  • 'De man kome jegens de vrouw zijn echtelijke verplichtingen na en evenzo de vrouw jegens haar man. De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man; en eveneens heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw.'
    1 Korintiërs 7:3, 4
  • 'Doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe. Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.'
    Jesaja 1:16-18
    1 Korintiërs 6: 15-20


OORLOG
Achtergrond
Gewetensvolle christenen hebben altijd geworsteld met het probleem van de oorlog en de morele implicaties ervan.
Sommige mensen beschouwen oorlog als onverenigbaar met de christelijke leer en geest en daarom onder alle omstandigheden onaanvaardbaar; zij citeren daarvoor Matteüs 5:43, 44: 'Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen .. .'
Andere christenen menen dat bewapening noodzakelijk is, en dat christen-burgers verplicht zijn de autoriteiten te gehoorzamen en in het leger te dienen in geval van oorlog (Zie Rom. 13:1; Tit. 3:1 en Hebr. 13:7).

Filosofisch gesproken, is oorlog een verlengstuk van de strijd van de mens met zonde en kwaad in de wereld. De apostel Jakobus heeft geschreven: 'Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit: uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten? Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. Of gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.'

Wat moet de houding uan een christen zijn ten aanzien uan oorlog?
  1. Streef ernaar een instrument voor Gods vrede te zijn, door voor vrede te bidden en te werken.
    'Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden' (Mattheüs 5:9).
    'Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid' (1 Tim. 2:1, 2).
  2. Streef ernaar God te behagen door uw leven aan Hem te wijden (zie Rom. 12: 1, 2) en te leven in gehoorzaamheid aan zijn Woord. Als iemand Gods wil voor zijn leven vindt~ kunnen zaken van het geweten worden benaderd met wijsheid die van de heilige Geest komt.
  3. Streef ernaar anderen te winnen voor Jezus Christus. Vrede begint op het persoonlijke vlak en komt wanneer men Hem die onze vrede is, toestaat ons leven te beheersen (Zie Ef. 2:14). Er zal geen vrede op aarde zijn voordat de Vredesvorst, Jezus Christus, terugkeert op aarde. We moeten het evangelie verkondigen aan alle volken in afwachting van zijn wederkomst (zie Hand. 1:8).
  4. Als iemand wapens moet dragen, moet hij zichzelf aan Christus opdragen en zijn vertrouwen op Hem stellen om hem te beveiligen tegen gevaar en tegen de verleidingen en zonden waaraan de soldaat wordt blootgesteld. Streef ernaar Christus altijd in alles te eren.


Het gesprek
  1. Hij staat niet alleen in zijn zorgen over oorlog: elke gewetensvolle christen maakt zich er zorgen om. Laat hem weten dat u graag met hem spreekt en zult doorgeven wat u kunt. Soms is het beter direct in het begin te erkennen dat u zich niet in staat voelt een filosofisch gesprek over oorlog te voeren. U bent er echter van overtuigd, dat God rechtvaardig is en geen genoegen schept in onze pijn en lijden. God is liefde. Het grootste bewijs van deze liefde is dat Hij zijn Zoon heeft gezonden om voor onze zonden te sterven. Hij heeft een plan voor het leven van ieder mens, ook voor dat van de persoon met wie u spreekt. Hij wil zijn leven, zijn liefde, zijn vrede delen met ieder van ons. Heeft de persoon met wie u spreekt, zijn leven opengesteld voor Jezus Christus, Hem aangenomen als zijn persoonlijke Heer en Verlosser? Wijs erop dat hij, als hij zijn leven aan Christus geeft, nieuwe inzichten en een nieuw perspectief zal krijgen aangaande de vrede en zijn aandeel erin. Het menselijk geweten is eigenlijk alleen maar betrouwbaar als het wordt geleid door de heilige Geest die in de persoon die Christus aanneemt, komt wonen. (Zie 1 Kor. 6:19, 20).
  2. Geef hem opnieuw de verzekering dat u blij bent dat u met hem kunt praten en meedenken over dit onderwerp. U zou graag echter het oorlogsvraagstuk even terzijde willen leggen om er straks op terug te komen. U wilt hem de allerbelangrijkste vraag stellen die er in het leven is. Hij heeft grote waarde voor God, die een plan heeft waardoor hij een levenskwaliteit kan ervaren die hij nooit voor mogelijk heeft gehouden. Heeft hij Jezus Christus ooit als zijn persoonlijke Verlosser aangenomen?
  3. Iemand anders kan met de vraag komen: Hoe kun je geloven in een God die oorlog toestaat wanneer dat zoveel menselijk lijden, verwoesting en dood brengt?
    Overwegingen:
ORGAAN-DONATIE en TRANSPLANTATIE

Orgaan donatie en transplantatie - optie voor christenen?
In het vo wordt dit ethische onderwerp behandeld. Krijgen leerlingen dan de opvatting van de opdringerige, dominante en humanistische partij D66 te horen? Onderstaand artikel is een deel van een lezing op de Maleachi-conferentie op 31 mei 2013 in Zavelstein (Dld). De Duitse organisatie Christen im Dienst an Kranken stond het welwillend af. Het is ingekort en bewerkt voor de Nederlandse situatie.

Tot 1968 werd wereldwijd aangenomen, dat de mens dood is, als zijn hart- en circulatiesysteem onherroepelijk stilstaat.
Volgens deze definitie is een lichaam zonder hartslag, zonder reflexen, star, koud en laat het spoedig lijkvlekken zien. Om nog transplanteerbare organen te verkrijgen heeft men in 1968 aan de Harvard universiteit in Boston (USA) een nieuwe definitie van de dood ingevoerd. Al vele jaren mag ik de Heere Jezus Christus als arts en christen dienen. Dat doe ik onder andere in het missionaire werk: "Christenen in dienst aan zieken". De medische dienst is bijzonder geschikt om de harten van mensen te bereiken en hen ook bekend te maken met het evangelie van Jezus Christus. Geneeskunde en evangelie horen voor mij bij elkaar. De bekende theoloog Martyn Lloyd-Jones studeerde geneeskunde en theologie. Toen het om de vraag ging of hij als arts zou gaan werken, besloot hij om in de verkondiging van het evangelie te dienen. Zijn argumentatie was: Als arts zou hij door de genezing de patiënten weer in hun zondige leven terugbrengen. Hij werd een theoloog van betekenis.

Zelf heb ik ook verscheidene jaren theologie gestudeerd. Voor mij was het antwoord op de vraag, arts of theoloog precies omgekeerd. Ik heb het beroep van arts gekozen en gemerkt, dat doordat ik medische hulp gaf de patiënten mij hun vertrouwen gaven. Daardoor kon ik gemakkelijker hun het evangelie van Jezus Christus verkondigen. Dat maak ik in het bijzonder mee tijdens mijn medische inzet in Moldavië, Rusland, de OekraÏne en in Mongolië. Een voorbeeld hiervan: In Oost-Europa komen ook hoge communistische functionarissen op mijn spreekuur in de veronderstelling dat "een Duitse arts een goede arts is en de geneeskunde in Duitsland kwalitatief hoog is." Een communist vroeg mij na het medisch onderzoek eens angstig: "Dokter, moet ik sterven?" "Ja," antwoordde ik, "u moet sterven. Maar er is een hoop, die boven de dood uitgaat. Wilt u daar iets over weten?" "Ja," antwoordde hij. Ik zei: "Deze hoop is voor mij Jezus Christus, Gods Zoon, die als mens en Redder naar de wereld kwam." Ik getuigde daarna tot hem van de weg naar de hemel door Gods genade. Voor mij horen de wetenschappelijke vooruitgang in de geneeskunde en het evangelie bij elkaar. De beroemde wetenschapper Louis Pasteur heeft veel ontdekkingen ook van bacteriën als ziekteveroorzakers gedaan. Hij geloofde in Jezus Christus. "Veel wetenschappelijke inzichten leiden naar God," zei hij.

De ontwikkeling van de antibiotica heeft tot een succesvolle bestrijding van infectieziekten geleid. Een mijlpaal was de invoering van sulfonamide door prof. Gerhard Domagk in 1938. Door zijn onderzoekswerk moeten naar schattingen tot 100 miljoen mensen van een voortijdige dood bewaard zijn. Zijn zoon, professor GÖtz Domagk, was later in GÖttingen mijn hoogleraar. Tot de medische vooruitgang horen ook nieuwe manieren van opereren, diagnostische methodes als rÖntgen, computertomografie, enz. Deze hebben alle aan de enorme medische ontwikkeling bijgedragen. Daardoor kon er sprake zijn van transplantaties. Vandaag de dag is het mogelijk om bijna alle organen, behalve de hersenen, te transplanteren. Bij de autologe transplantatie wordt weefsel of celmateriaal van het ene lichaamsdeel naar een ander lichaamsdeel verplaatst. De donor is daarbij tegelijkertijd de ontvanger van het transplantaat. Een voorbeeld hiervan is de huidtransplantatie bijv. bij verbrandingen. Bij allogene transplantatie worden organen, weefsels of celmateriaal van een levende of hersendode donor op een ontvanger van hetzelfde type, dus van de ene mens op de andere overgebracht. In het vervolg is slechts van allogene transplantatie sprake.

De geschiedenis van de transplantatiegeneeskunde.
In het begin van de 20e eeuw creëerde vooruitgang in de operatietechniek en in het bijzonder die van de vaatchirurgie de voorwaarden tot wetenschappelijk verantwoorde transplantaties. De eerste geslaagde transplantatie van een nier werd in 1954 tussen een eeneiÏge tweeling in Boston (USA) verricht. In 1963 volgde de eerste geslaagde levertransplantatie en in hetzelfde jaar de eerste longtransplantatie. Twee jaar later, in 1965, volgende de eerste overdracht van een alvleesklier. Wereldwijd kreeg de eerste harttransplantatie in december 1967, verricht door Christian Barnard in Kaapstad (Zuid- Afrika), grote aandacht. In 1989 slaagde de eerste multi-orgaantransplantatie, dus de gelijktijdige transplantatie van meerdere organen. Problemen, die een transplantatie aanvankelijk bemoeilijkten, zoals ontbrekende conserveringsmogelijkheden van uitgenomen organen of immuun-afweerreacties van de ontvanger, konden door toenemende ervaring en ontwikkeling van immuunonderdrukkende (afstoting verhinderende) medicijnen gedeeltelijk overwonnen worden.

De stand van onderzoek.
Vanuit medisch oogpunt kunnen, zoals al genoemd, intussen een veelvoud aan cellen, weefseldelen, organen of hele organische systemen getransplanteerd worden. Op de website van de Nederlands Transplantatiestichting (NTS) staan alle getallen over transplantatie in Nederland genoemd. Zo werden er in 2016 tot en met oktober 562 organen getransplanteerd. Een transplantatie kan in principe alleen slagen, als het transplantaat door het organisme van de ontvanger niet afgestoten wordt. De transplantatie van lichaamsvreemde organen kan in het organisme van de ontvanger afweerreacties oproepen, die tot gevolg hebben, dat het orgaan zijn functie niet op zich kan nemen. Onderscheid wordt gemaakt tussen de acute afstotingsreactie, die in de eerste dagen na de transplantie optreedt en min of meer duidelijk van aard is en de chronische afstotingsreactie, waarbij het orgaan het geleidelijk opgeeft. Om de functiebekwaamheid van het getransplanteerde orgaan te kunnen onderhouden moet de lichaamseigen afweer, het immuunsysteem van de ontvanger dus, met behulp van immuunonderdrukkende medicamenten onderdrukt worden. Deze medicijnen ter onderdrukking van het immuunsysteem moeten levenslang worden gegeven. Na de transplantatie is het belangrijk een dreigende afstoting onmiddellijk te onderkennen. Van 1972 tot 1976 heb ik aan de universiteit van Hannover op dit gebied wetenschappelijk gewerkt. Professor Pichelmayr voerde daar met zijn medewerkers de transplantaties uit. Daar hoorde ook de eerste levertransplantatie in Duitsland bij. Ik heb onderzoeken naar vroegtijdig onderkenning van afstotingsgevaar na niertransplantaties uitgevoerd. Daarbij ging het om de eiwituitscheiding in de urine na een niertransplantatie. De normale urine van de mens bevat meestal minder dan 100 mg eiwit totaal in een etmaal urine. Kwantitatief overweegt daarbij het albumin. Een sterke toename van de albumin-uitscheiding in de urine van meer dan 1 g per etmaal is een aanduiding van acuut afstotingsgevaar. In een dergelijk geval moet de dosis van het immuunonderdrukkende medicijn duidelijk verhoogd worden om het functioneren van het getransplanteerde orgaan in stand te houden. Verdere controles op eiwit kunnen aantonen of het afstotingsgevaar afneemt. Dat is het geval als de eiwituitscheiding normaal wordt. Andere klinische symptomen van een acuut afstotingsprobleem zijn: koorts, verminderde hoeveelheid urine die uitgescheiden wordt, hartkloppingen, ook wel tachycardie genoemd, en een toename van de witte bloedlichaampjes, de lymphocyten, in de urine. Zoals al genoemd moet de medicatie van immuunonderdrukking voortdurend, dus levenslang ingenomen worden. Daardoor wordt het gevaar van infecties aanzienlijk hoger. Het risico op kanker wordt 10x groter, dit als een soort bijwerking/gevolg van de immuun onderdrukkende medicatie.

Gebrek aan organen.
Op dit moment bestaat een grote discrepantie tussen beschikbare donororganen aan de ene kant en patiënten die een transplantaat nodig hebben aan de andere kant. Daarom werd in Duitsland in 2012 de zogenoemde 'beslissingsoplossing' ingevoerd. De bedoeling daarvan is, dat alle ziektekostenverzekerden ouder dan 16 jaar onder andere van hun ziektekostenverzekering de vraag krijgen of ze na hun dood hun organen willen doneren. Deze beslissing moet dan in een donorsysteem bewaard worden. Ondanks invoering hiervan is het aantal donoren elk jaar met 12,8 % gedaald en intussen zelfs met 18% (1e kwartaal 2013). Het is mogelijk dat de manipulatieschandalen tot een teruggang van de donorbereidheid hebben geleid. Om het aantal donoren toe te laten nemen werd in Groot-Brittannië voorgesteld om het Ministerie van Volksgezondheid de begrafeniskosten te laten overnemen. Ook in Nederland is nu door de Tweede Kamer met een wetsvoorstel voor wijziging van het donor-systeem ingestemd. Deze wet is nog niet van kracht, de Eerste Kamer moet er ook nog over stemmen. Er zijn velen geweest die hun donorregistratie hebben teruggetrokken bij het voorstel van deze wet. Echter meestal hebben ze zich niet goed in de wet verdiept. Ten eerste is de wet nog niet door de Eerste Kamer. Verder wordt elk persoon, voordat men in de nieuwe wet donor wordt, meerdere malen, gedurende een lange periode gevraagd zich te registreren, hetzij met ja, hetzij met nee.

Gaat het bij de donor om een overledene?
Het dilemma bij een orgaantransplantatie is, dat een potentiele donor 'zo dood mogelijk' en de organen voor de ontvanger 'zo vers en levend' mogelijk moeten zijn! Dat brengt ons bij de vraag: Wat weten wij over het levenseinde van de mens? Als arts heb ik veel mensen zien sterven en hen in de laatste etappe van hun leven begeleid en daarbij Gods Woord gelezen en gebeden. Ik was er nog steeds, wanneer de ziel en de geest het lichaam verlieten. Mijn taak als arts was dan om een lijkschouwing uit te voeren en bij het zien van de overledene bepaalde doodskenmerken schriftelijk vast te leggen. Ongeveer 2 tot 3 uur na de stilstand van het hart en het vaatstelsel worden lijkvlekken zichtbaar en lijkverstarring treedt op. Pas dan mag in de regel de begrafenisonderneming het lichaam ophalen. De organen die in verval raken zoals hart, nieren, lever, enz. kunnen dan echter niet meer voor transplantatie gebruikt worden. Ook voor weefseldonatie geldt dat het lichaam binnen 3 uur na overlijden gekoeld moet worden. Tot het jaar 1968 werd over de hele wereld erkend, dat de mens dood is, als hart en daarmee de vaatcirculatie onherroepelijk stilstaat. Om nog transplanteerbare organen te verkrijgen, heeft men in 1968 aan de Harvard universiteit in Boston (USA) een nieuwe definitie van de dood ingevoerd.

De "hersendood"
Een mens met een onomkeerbare coma, dus een bewusteloze die niet weer tot bewustzijn komt, wordt voor 'hersendood' verklaard en deze toestand wordt dan als dood van de hele mens gedefinieerd! Voor 1968 golden mensen met de bovengenoemde diagnose als levend. Hersendood is een heel letterlijk woord: de hersenen zijn dood. Het lichaam wordt kunstmatig beademd. Hierdoor blijven hart, longen, lever, pancreas, nieren en dunne darm geschikt voor transplantatie. Iemand die hersendood is, kan geen pijn meer voelen en heeft geen bewustzijn meer. Om Überhaupt te kunnen voelen, moet namelijk de hersenstam nog actief zijn. Dat is het centrale doorgeefluik van alle prikkels. Onder hersendood wordt verstaan het volledig en onherstelbaar verlies van de functies van de hersenen bij patiënten die met ernstig hersenletsel op de intensive care zijn terechtgekomen. Door bijvoorbeeld een ernstig ongeval of een grote beroerte zijn alle hersenfuncties van de patiënt verwoest. De hersenstam, grote hersenen en het verlengde merg zijn onherstelbaar beschadigd. Behandeling heeft geen zin meer, herstel is niet meer mogelijk. Dit wordt een 'infauste prognose' genoemd. Iemand is pas hersendood als uitgebreid onderzoek duidelijk heeft gemaakt dat hij niet meer reageert op prikkels en de hersenen ook geen elektrische activiteit of doorbloeding meer vertonen. Met andere woorden: de patiënt kan geen pijn meer voelen en heeft geen bewustzijn meer. Maar omdat hij nog wel aan de beademing ligt, blijft het hart kloppen en het bloed door de rest van het lichaam nog stromen.

De diagnostisering van hersendood.
Volgens de Duitse wet op transplantatie (TPG) mogen organen die van levensbelang zijn slechts aan overledenen ontnomen worden. Ondanks de beschreven symptomen, die duidelijk tonen dat het bij donoren om stervenden en niet om doden gaat, geldt de zogenoemde hersendood als criterium voor een legale orgaanverwijdering. Hersendood wordt gedefinieerd als uitval van de grote hersenen, de kleine hersenen en de hersenstam. De hersenen bestaan uit de grote hersenen, de kleine hersenen en de hersenstam, deze is nauw verbonden met het ruggenmerg en het autonome zenuwstelsel (verzorgt inwendige organen als spijsvertering, ademing en hart). Hoe wordt de hersendood volgens de richtlijnen van de Duitse Medical Association van 1998 vastgesteld? Aangetoond moet worden wat de oorzaak van de hersenschade is, bv. een beroerte. Daarbij moeten bepaalde vaststellingen, waarvan de symptomen op hersendood lijken, maar die kunnen verdwijnen, uitgesloten worden. Vastgesteld moet worden, dat er van een coma, dat is een diepe bewusteloosheid - geen beweging, reflexen en ademstilstand - sprake is. De hersenschade moet onomkeerbaar zijn.

Problemen.
De diagnostiek die door de Duitse Medical Association is voorgeschreven, omvat slechts deelgebieden van de hersenen, de functies van de hersenschors, de kleine en middenhersenen horen daar niet bij. Een coma is geen afdoend symptoom voor de diagnose van een beschadiging van de hersenschors. Het meten van hersenactiviteit door middel van een EEG is tot slechts 3 mm onder de oppervlakte mogelijk. Een zogenoemde nullijn wordt echter als criterium voor hersendood gebruikt. De Nederlandse procedure volgens de NTS De artsen doen het onderzoek in 3 stappen. Samen duren die meestal een paar uur. Alles is nauwkeurig vastgelegd in het hersendoodprotocol. Er zijn altijd meerdere artsen die de testen doen. Het gaat dan om:
  • de reflexen onderzoeken
  • de herstenactiviteit onderzoeken
  • de ademhaling onderzoeken.
Standpunten van wetenschappers
  • De medische universiteit Newark (USA) en andere klinieken: de klinische en apparatieve hersendooddiagnostiek leidt tot verschillende resultaten.
  • De American Academy of Neurology (AAN) heeft in 2010 aangegeven dat aan de door haarzelf in 1995 voorgeschreven hersendiagnostiek een wetenschappelijke fundering ontbrak. Er zou zowel geen voldoende wetenschappelijk bewijs zijn voor de juiste observatietijd om de onomkeerbaarheid van hersendood vast te stellen, alsook geen betrouwbaarheid van de verschillende ademstilstandtests en de apparative processen. Verder onderzoek is nodig.
  • Prof. dr. dr. Gerhard Roth, Universiteit Bremen, Instituut voor hersenonderzoek:
    • a. De hersendood is niet volledig eenduidig te diagnostiseren. Noch ademstilstand, noch uitval van diepe hersenstamreflexen, noch het proces van neurofysiologische registratie, noch de doppleronografie (= echo van de bloedvaten) bestrijken met volledige zekerheid alle hersen functies. In de vakwereld is dat sinds lange tijd bekend.
    • b. De uitspraak 'de dood van een mens is ingetreden, als zijn hersenfuncties onomkeerbaar uitgevallen zijn' is fout. Een zogenoemde hersendood is niet de dood van de mens. Wereldwijd zijn er 30 verschillende definities voor hersendood.

Samenvatting.
  • Bij een donor gaat het ondanks de nieuwe definitie van dood om een stervende, niet om een dode. De orgaanafname leidt tot de volledige dood, waarbij ook het hart niet meer klopt.
  • Bij de donor kon tot jaren terug de hersendood niet duidelijk vastgesteld worden. De toestand van bewusteloosheid (coma) en de nullijn in de EEG zijn daarvoor niet voldoende.
  • Hersendood mag niet gelijkgesteld worden aan de dood van de hele mens.
  • Het immuunsysteem van de orgaanontvanger moet levenslang onderdrukt worden. Daardoor worden vatbaarheid voor infecties en het algemene risico op kanker aanzienlijk verhoogd. Van afstotingsproblemen bij de ontvanger is veelvuldig sprake.

Gevolgen van de praktijk van orgaantransplantatie:
Hart op bestelling.

In maart 2013 verscheen in het weekblad 'Die Zeit' een bericht over orgaantransplantatie in China. Volgens dat bericht zijn er daar ongeveer 40 centra voor orgaantransplantatie. Onder de kop 'Hart op bestelling' werd bericht dat bij ter dood veroordeelden in de gevangenis organen worden verwijderd. Gevangenissen en klinieken werken daarbij nauw samen, waarbij men voor het moment waarop de doodstraf uitgevoerd wordt, rekent met de behoefte aan te transplanteren organen. Elk jaar wordt in China 4000 keer de doodstraf uitgevoerd. 60% van hen die een orgaan ontvangen, ontvangen die van iemand die geëxecuteerd wordt. In Europa wachten patiënten vaak maanden op een orgaan, in China slechts enkele dagen.
Al "afgeslacht".
Verscheidene jaren geleden maakte een familielid van een bekende van mij een vakantiereis naar Portugal: ze kwam om bij een verkeersongeluk. Toen de familie kwam om van de overledene afscheid te nemen, konden ze eerst niet terecht. Pas na veel aandringen lukte het hen om bij de dode te komen. Ze merkten toen, dat men organen getransplanteerd had.
Mijn persoonlijk standpunt.
Het lichaam van de mens - ook dat van de stervende - behoort aan God en niet aan mij. Als christen wijs ik orgaandonatie af. Zij bespoedigt de dood voor het door God gegeven tijdstip. Ik beveel daarom aan om een niet-donorcertificaat bij je te dragen. Orgaantransplantatie vanuit christelijk oogpunt De medische transplantatie is gegrond op een mechanisch wereld- en mensbeeld. Het lichaam van de donor dient daarbij als onderdelenmagazijn. Mensen willen graag nog iets goeds doen, als ze hun organen geven, zodat een ander nog verder leven kan. Een patiënt die zichzelf christen noemde, zei me eens: 'Dokter, in de hemel heb ik mijn organen niet meer nodig.' Wat de consequenties zijn van deze verschillen in mensvisie voor onze opstelling tegenover orgaantransplantatie, is niet zomaar te zeggen. We maken immers allen wel op een of andere manier gebruik van diezelfde moderne geneeskunde en voor veel mogelijkheden ervan kunnen we met recht dankbaar zijn. Naar het ons voorkomt, noopt het achterliggende denken ons tot een houding van grote voorzichtigheid en zorgvuldigheid bij het omgaan met (de mogelijkheid van) orgaantransplantatie. Iedereen zal in vrijwilligheid een keuze moeten kunnen maken omtrent het afstaan van organen na overlijden. Daarbij is het goed ons af te vragen of we, als we zelf in de situatie verkeren dat een transplantatie levensreddend zou kunnen zijn, die ingreep dan zouden willen of zelfs mogen weigeren? En als we in dat geval wel zouden willen ontvangen, is het dan egoÏstisch niet te willen afstaan? Onze keus moet een beslissing in geloof zijn, te nemen in de weg van bestudering van Gods Woord en van gebed. Een ieder zij in zijn eigen geweten ten volle verzekerd.
Door God geschapen.
Voor het concept van het christelijke mensbeeld, namelijk dat de mens door God naar Zijn beeld is geschapen, is hier geen plaats.
  • In Genesis 1 vers 27 staat al: "En God schiep de mens naar Zijn beeld, naar het beeld Gods schiep hij hem, en Hij schiep hen als man en vrouw."
  • Ook in Psalm 8 vers 6 staat: "Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond."
  • En in Psalm 139 vers 13 en 14 lezen we: "Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Ik loof U dat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben."
  • En in 1 Thessalonicenzen 5 vers 23: "En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn."
De mens bestaat dus uit lichaam, ziel en geest. Als de mens sterft, gaat het lichaam in verderf over en ziel en geest gaan uit het lichaam. Als christen geloven wij ook Gods Woord, dat er een opstanding van het lichaam voor alle mensen is.
  • In 1 Korinthe 15 vers 42-44 staat: Zo is het ook met de opstanding der doden. "Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam."
Ons sterfelijk lichaam zal tot een onsterfelijk lichaam, een geestelijk lichaam veranderd worden en met ziel en geest verenigd worden. De wedergeboren gelovigen zullen dan de eeuwigheid in de hemel met de Heere Jezus doorbrengen. Degenen die het genadeaanbod van de Heere "Bekeer u" afgewezen hebben en dat zijn de meeste mensen, zoals de Heere Jezus zegt, zullen de eeuwigheid in de hel doorbrengen, waar vuur is, dat met zwavel brandt, en waar wenen en tandengeknars zal zijn. Dit moet ons ook vermanen om boodschappers in Christus' plaats te zijn en vanuit liefde tot de verlorenen te gaan met de boodschap: "Laat u met God verzoenen."
Ik wil graag afsluiten met Kolossenzen 3 vers 12-17:
  • "Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid. En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar. Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten. En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!"

prof. dr. Manfred Weise.
Prof. Weise is internist en was hoogleraar aan de universiteit in Giessen (Dld).
Vertaling: Laura Vos.
Bewerking: drs. C.J. Slotboom-Vreugdenhil.