BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

SCHULD
Achtergrond
Schuld wordt gedefinieerd als een gevoel van zondig te zijn of van beneden de maat te blijven.
God heeft in ons een geweten geschapen, het morele onderscheidingsvermogen om onze daden of ons gedrag te evalueren in termen van goed of kwaad.

Er zijn twee soorten schuld:
1.werkelijke schuld
2.schuldgevoelens.

Werkelijke schuld komt als het gevolg van het breken van Gods wet. Dit is zonde. Omdat de zondaar slechts zelden bereid is de zaken eerlijk op Gods wijze onder ogen te zien om bevrijding van schuld te ervaren, moet hij lijden onder de gevolgen.

Adam en Eva in de hof van Eden zijn een duidelijk voorbeeld van werkelijke schuld. Hun zonde (ongehoorzaamheid) liep uit op schuld. Hun relatie met God was verbroken; zij wisten het, en daarom trad zr vervreemding en zondebesef op. Zij liepen van God weg, probeerden zich te verbergen zodat zij de gevolgen van hun gedrag niet onder ogen hoefden te zien. God vond hen natuurlijk toch.

Zij probeerden hun verantwoordelijkheid te ontlopen: Adam gaf de schuld aan Eva ('De vrouw die Gij mij gegeven hebt!'), en Eva schoof de schuld af op de slang ('De slang heeft mij verleid'). Zij hadden gepoogd de toestand te verbergen door schorten van vijgebladeren te maken, maar God drong hen verder in het nauw met de vraag: 'Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt?' God dwong hen hun schuldprobleem onder ogen te zien. Toen werd verzoening voor hun zonde tot stand gebracht, waarbij het beginsel van het offer werd toegepast (Gen. 3:21).

Een andere illustratie van werkelijke schuld is de openlijke confrontatie door de profeet Nathan van David met zijn overspel en moord, waardoor de deur tot berouw, bekering en schuldbelijdenis werd geopend. (Zie 2 Sam. 11 tot 12:25 en Ps. 51.)

Schuldgevoelens hangen vaak samen met emotionele ziekte die voortkomt uit negatieve ervaringen, vaak in de kinderjaren. Ook christenen die de zekerheid hebben dat God hun zonden vergeven heeft en weten dat zij zijn kinderen zijn, kunnen blijven lijden onder 'valse schuld'.
Zulke personen hebben gewoonlijk een zeer gering besef van eigenwaarde, voelen zich ongeschikt en onbekwaam (ze kunnen nooit iets goed doen, schieten altijd in alles te kort, denken ze), lijden aan depressie, enzovoort. Zij lijken geen vrijheid van schuld te kunnen vinden, ook al zoeken ze het, zoals in het geval van Ezau: ' ... want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht' (Hebreeën 12:17).

De schuldgevoelens van die op deze wijze lijden, manifesteren zich soms op andere en complexe manieren:
  • Diepe depressie doordat ze zichzelf voortdurend beschuldigen.
  • Chronische vermoeidheid en hoofdpijn, of andere kwalen.
  • Extreme zelfverloochening en ' zelfkastijding'.
  • Een gevoel voortdurend door anderen bespied en bekritiseerd te worden.
  • Voortdurende bekritisering van anderen voor hun eigen zonden en tekortkomingen.
  • Een steeds dieper wegzinken in zonde om zich nog schuldiger te voelen en een houding van verslagenheid en nederlaag.

Billy Graham: 'Het geweten van de mens gaat vaak het begrip van de psychiater te boven. Met al zijn technieken kan hij de verdorvenheid en diepte ervan niet peilen. De mens zelf is niet in staat zich los te maken van de knagende schuld van een hart dat gebukt gaat onder de last van de zonde. Maar waar de mens heeft gefaald, daar slaagt God.'

Het gesprek
Voor de niet-christen:
  1. Bied de persoon met wie u spreekt, hoop door hem de verzekering te geven dat voor alle problemen die hij heeft, bij God het antwoord kan worden gevonden. God is niet alleen in staat te vergeven, maar ook zonde en schuld met wortel en al uit te roeien.
  2. Vergoelijk de zonden die hij aan u belijdt, op geen enkele wijze. In ons allemaal is ongehoorzaamheid en zondig gedrag waarmee op Gods manier moet worden afgerekend; dat wil zeggen dat het als zonde aan God moet worden beleden. We kunnen nooit verwachten oplossingen te vinden voor onze schuld als we proberen onze zonde te ontkennen of te verdoezelen. 'Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming' (Spreuken 28:13).
  3. Vraag de betrokkene of hij Jezus Christus ooit als zijn Verlosser en Heer heeft aangenomen. Leg er de nadruk op dat bevrijding van schuld is inbegrepen in de dood van Jezus aan het kruis, maar wij moeten Hem vertrouwen dat Hij ons zal reinigen.
  4. Moedig hem aan een begin te maken met het lezen en bestuderen van de Bijbel, te beginnen met de evangeliën. Raad hem aan Leuen in Christus te lezen, dat hem daarbij kan helpen.
  5. Moedig hem aan het gebed tot een vaste, dagelijkse gewoonte te maken. Op dit punt kan hij zijn zonden belijden, om vergeving en reiniging vragen. Hij moet God gaan danken voor het wegnemen van zijn zonde en schuld, en eraan denken dat God al onze zonden wegneemt.
  6. Raad hem aan zich aan te sluiten bij een gemeente waar de Bijbel wordt onderwezen. Hier kan hij regelmatig contact en gemeenschap vinden met mensen die eveneens uit Gods vergeving leven, en het Woord van God horen en bestuderen.
  7. Bid persoonlijk met hem om bevrijding en om vrede in zijn hart. 'Hij is onze vrede' (Efeze 2: 14).
  8. Als de betrokkene niet in staat blijkt te zijn onmiddellijk in te gaan op wat u over Christus vertelt en als hij blijft worstelen met schuld, moedig hem dan aan contact op te nemen met de voorganger van een gemeente waar de Bijbel wordt onderwezen, om verdere hulp. Het kan zijn dat er tijd voor nodig is voordat hij de vergeving durft te aanvaarden. Leg er nadruk op dat hij het initiatief moet nemen tot dit contact met een voorganger.

Voor de christen:
Als de persoon met wie u spreekt een christen is, die zegt dat hij steeds weer problemen met schuld heeft, volg dan deze lijn:
  1. Geef hem de verzekering dat God hem liefheeft en vergeeft. Hij kan onze schuld volkomen wegdoen! Als hij van God vergeving heeft ontvangen, moet hij ook leren zichzelf te vergeven. Een christen heeft het recht met vertrouwen zich 1 Johannes 1:9 toe te eigenen. Christus, onze Verlosser, verwijdert al onze zonden - verleden, heden en toekomst - door zijn volbrachte werk op het kruis.
  2. Raad hem aan zich in het Woord van God te verdiepen, het te lezen en te bestuderen en langdurig na te denken over gedeelten als Psalm 103:1-6; Psalm 51; Jesaja 53 en Joh. 18 en 19. Vraag hem deze tekstverwijzingen op te schrijven zodat hij ze in zijn Bijbel kan terugvinden. Hij mag erop vertrouwen dat hij bevrijding van schuld zal ervaren naarmate hij vertrouwt op het offer van Christus en de beloofde vergeving en reiniging.
  3. Raad hem aan specifiek en trouw te bidden om 'een schoon geweten voor God en de mensen'. (Zie Hand. 24:16.) Hij moet blijven bidden tot de vrede komt.
  4. Raad hem aan met zijn voorganger te spreken, die hem verdere hulp kan geven.

Woorden uit de Bijbel
  • 'Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.'
    Romeinen 8: 1
  • 'Wanneer dan de Zoon u vrij gemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.'
    Johannes 8:36
  • 'Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik. Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk lk het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here!'
    Romeinen 7:18-25 Jesaja 44:22
  • 'Eén ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.'
    Filippenzen 3:13, 14