BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

1.TWIJFEL - 2.TUCHTIGING - 3.TUCHT in de GEMEENTE

1.TWIJFEL
Achtergrond
Twijfel kan verlammend zijn.
Aarzeling en innerlijke onzekerheid zijn kenmmerkend voor de twijfelaar. Jakobus zegt dat de 'innerlijk verdeelde mens' 'ongestadig is op al zijn wegen' en 'niet moet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen' (Jak. 1:7).

Toch is het zelfs voor een christen niet ongewoon twijfel te ervaren. Hij kan zich afvragen: 'Is de Bijbel werkelijk waar?' wanneer hij iemand Gods Woord hoort aanvallen. Verward over onverhoord gebed, kan hij vragen: 'Is God er echt? Verhoort Hij werkelijk onze gebeden?' Wanneer hij de realiteit van zijn eigen zondige verlangens ziet, kan hij vragen: 'Heeft God mij werkelijk verlost?'

Billy Graham schrijft: 'Waarschijnlijk kent iedereen wel eens twijfels en onzekerheid in zijn religieuze ervaring. Toen Mozes de berg Sinaï op ging om de stenen tafels met de Wet uit de hand van God te ontvangen, en lange tijd weg bleef van zijn volk dat met spanning op zijn komst wachtte, gingen ze twijfelen aan zijn terugkeer. Zij maakten een gegoten kalf en knielden ervoor neer. (Vergelijk Ex. 32:8.) Hun afvalligheid was het gevolg van twijfel en onzekerheid.

Ondanks de neiging tot twijfel, kunnen we moed vatten omdat eerlijke twijfel dikwijls tot sterk geloof en een diepere toewijding leidt.

Het tegengestelde van twijfel is geloof natuurlijk. Jakobus moedigde de mensen die moeilijkheden moesten doorstaan aan tot God te bidden, en te bidden in geloof (Jak. 1:5, 6). We moeten niet vergeten dat twijfel een effectief stuk gereedschap van Satan kan zijn. Hij bracht Eva tot twijfel door te vragen: 'God heeft zeker wel gezegd".' (Gen. 3: 1). Hij zal proberen ons tot twijfel te verleiden op de plek waar we het meest kwetsbaar zijn. Geestelijke ongehoorzaamheid, teleurstelling, depressie, ziekte en zelfs de vrees voor de oude dag kunnen twijfel teweegbrengen.

Het gesprek
Zij die twijfel en of zij wel verlost zijn:
  1. Zeg de hulpzoekende dat het goed is dat hij zich zorgen maakt over zijn twijfel. Gods Woord biedt veel bemoediging voor wie twijfelt.
  2. Als u merkt dat hij op andere dingen heeft vertrouwd dan op een persoonlijke relatie met J ezus Christus, leg dan de 'Stappen tot vrede met God,' pagina 11, uit.
  3. Als u ervan overtuigd bent dat hij al zijn leven aan J ezus Christus heeft overgegeven, vraag hem dan:
    1. Is hij ongehoorzaam aan de Heer? Als dit het geval is, leid hem dan door 'Herstel', pagina 17. Leg nadruk op 1 Johannes 1:9.
    2. Als hij onverschillig is geweest ten aanzien van geestelijke dingen, niet trouw in het bezoeken van de diensten van de gemeente, de Bijbel niet heeft gelezen, leg dan nadruk op 1 Johannes 1:9 en Romeinen 12:1, 2.
    3. Moedig hem aan een nieuwe geloof sstap te nemen en God te vertrouwen (Hand. 27:25). Dring erop aan dat hij zich duidelijk voor Christus uitspreekt, het Woord van God gaat lezen en bestuderen, leert regelmatig te bidden, en voor Christus gaat werken binnen het kader van een plaatselijke gemeente. Moedig hem aan Leuen in Christus te bestuderen.
    4. Bid met hem om een sterkere geloofsrelatie met God.


Zij die door teleurstellingen gedesillusioneerd zijn:
Zij twijfel en misschien aan God wegens een echtscheiding, een sterfgeval in de familie, een op het slechte pad geraakte zoon of dochter, onverhoorde gebeden, of een onrechtvaardige behandeling door een mede-christen.
  1. Bemoedig hem. God heeft ons werkelijk lief. Hij wil dat wij met Hem leren wandelen in geloof.
  2. Help hem de bron van zijn twijfels te zien, en leg er nadruk op dat het niet verkeerd is te vragen naar het 'Waarom?' van moeilijke dingen.
  3. Herinner hem eraan dat God ons nooit heeft beloofd ons leven vrij te houden van problemen en verdriet. Het kan zijn dat hij zijn ogen van zichzelf en zijn problemen moet africhten en zich moet richten op God! Hij moet wellicht achter de omstandigheden van zijn leven zien wat God hem door dit alles probeert te leren. God is getrouw. Het feit dat er twijfel in ons is opgekomen, betekent niet dat God niet meer om ons geeft.
  4. Hij moet aandacht geven aan Gods goedheid zoals hij deze in het verleden heeft ervaren, om zich tekenen van Gods trouw in zijn eigen leven en in dat van anderen te herinneren. Dat zal hem helpen de dingen in het juiste perspectief te zien. Een vernieuwing van zijn geloof is nodig. Moedig hem aan opnieuw te gaan vertrouwen op de beloften van God. Hij moet zijn gedachten vullen met de Bijbel en op God vertrouwen. Jezus heeft gezegd: 'Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven' (Joh. 20:21).
  5. Bid met hem om vernieuwing, en vraag hem zijn twijfels aan God te belijden en te bidden om een dynamisch geloof.
  6. Moedig hem aan trouw te zijn in de samenkomsten en het werk van de gemeente. Het onderhouden van de relaties met andere christenen zal kracht geven. Wanneer men meewerkt in de dienst van Christus door middel van de plaatselijke gemeente, versterkt dat onze toewijding.


Oudere mensen die geen geloofszekerheid hebben:
Ten gevolge van een aantal veranderingen die optreden wanneer we ouder worden, is het soms nodig dat oudere mensen herinnerd worden aan de grond voor hun geloofszekerheid en hun eeuwige relatie met God.
Herinner hen aan deze dingen:
  1. Dat zij de Here Jezus Christus als hun Heer en Heiland kunnen vertrouwen. 89 'Jezus antwoordde: Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij' (Joh. 14:6). 'Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heer' (Rom. 8:38, 39).
  2. Dat zij op hun relatie met hun hemelse Vader kunnen vertrouwen. 'Doch allen, die Hem hebben aangenomen, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven' (Joh. 1:12). 'Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij zullen Hem zien, gelijk Hij is' (1 Joh. 3:2).
  3. Dat zij op het Woord van God kunnen vertrouwen.
    'Voor eeuwig, o Here, houdt uw woord stand in de hemelen. Van geslacht tot geslacht is uw trouw' (Ps. 119:89, 90).
    'En wij achten het profetische woord daarom des te vaster, en gij doet wèl, er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten' (2 Petr. 1:19).

Woorden uit de Bijbel
  • 'Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daar om, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.'
    Jacobus 1 :5-8
  • 'Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven.'
    Johannes 20:29
  • 'Maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.'
    Hebreeën 11:6
  • 'De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.'
    Psalm 14:1


2.TUCHTIGING
Achtergrond
Dikwijls zal een christen een zonde of vorm van ongehoorzaamheid erkennen die tot tuchtiging door God heeft geleid. Op andere momenten zal een gesprek problemen en moeilijkheden aan het licht brengen die een aanwijzing lijken te zijn dat God in het leven van de betrokkene corrigerend aan het werk is.

Tuchtiging door de Heer is bijbels:
'Welzalig de man die Gij kastijdt, Here, die Gij onderwijst uit uw wet, om hem rust te verlenen van de dagen des onheils.' (Ps. 94:12, 13)
'Veracht, mijn zoon, de tuchtiging des Heren niet en keer u niet met weerzin af van zijn bestraffing. Want de Here bestraft wie Hij liefheeft, ja, gelijk een vader een zoon, aan wie hij welgevallen heeft.' (Spr. 3:11, 12)

Billy Graham: 'De Bijbel zegt: 'De Here bestraft wie Hij liefheeft.' Als alles in het leven gemakkelijk was, zouden we dan niet lui en traag worden? Wanneer een scheepstimmerman hout nodig had voor een mast voor een zeilschip, haalde hij dat niet uit een vallei, maar van een berghelling, waar de bomen door de winden waren gebeukt. Deze bomen, zo wist hij, waren de sterkste die je kon vinden. Zware tijden zouden wij zelf niet kiezen; maar als we ze dapper tegemoet treden, kunnen ze de vezelen van onze ziel sterk maken.

'God tuchtigt ons niet om ons te onderwerpen, maar om ons in conditie te brengen voor een leven dat nuttig en gezegend is. In zijn wijsheid weet Hij dat een leven zonder discipline een ongelukkig leven is, en daarom beteugelt Hij onze ziel zodat wij de weg van de gerechtigheid zullen gaan.'

Tuchtiging is begerenswaardig, gezien de alternatieven:
'Hij gaf hun wat zij begeerden, maar henzelf deed Hij wegteren.' (Ps. 106:15)
'Ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden' (1 Kor. 9:27)

God heeft motieven voor onze tuchtiging:
  1. Hij wil ons tot bekering leiden. T hans verblijdt het mij, niet, dat gij bedroefd zijt geworden, maar dat de droefheid u tot inkeer heeft gebracht; want gij zijt bedroefd geworden naar Gods wil, zodat gij generlei nadeel van ons hebt geleden'
    (2 Korinthiërs 7:9).
  2. Hij wil onze gemeenschap met Hem en anderen herstellen. 'Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En onze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus'
    (1 Johannes 1:3).
  3. Hij wil maken dat wij meer trouw zijn. 'Voor zulke beheerders is dit ten slotte het vereiste: betrouwbaar te blijken'
    (1 Korinthiërs 4:2).
  4. Hij wil ons nederig houden. 'Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. Drie maal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid'
    (2 Korinthiërs 12:7-9).
  5. Hij wil ons leren een geestelijk onderscheidingsvermogen te hebben. 'Indien wij echter onszelf beoordelen, zouden wij niet onder het oordeel komen. Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden'
    (1 Korinthiërs 11:31, 32).
  6. Hij wil ons klaar maken voor een effectievere dienstbaarheid en bediening. 'Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here'
    (1 Korinthiërs 15:58).


Het gesprek
  • Bemoedig de hulpzoekende. Hij mag blij zijn dat de Heer zijn tuchtigende hand op zijn leven heeft. Door hem te tuchtigen, verwerpt God hem immers niet als zijn kind,
    integendeel:
    1. Hij bevestigt zijn liefde voor u. 'Want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here .. .' (Hebreeën 12:6).
    2. Hij bevestigt zijn relatie met hem. 'Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen' (Hebreeën 12:8).
    3. Hij wil dat hij reageert in gehoorzaamheid en trouw aan Hem. 'Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik uw woord' (Psalm 119:67).
  • Help de betrokkene zich voor de Heer open te stellen op de manier van de psalmist: 'Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg' (Ps. 139:23, 24).
    Enkele vragen kunnen daarbij wellicht helpen:
    Waarom, denkt u, dat God u heeft getuchtigd?
    Denkt u dat er ongehoorzaamheid of zonde in uw leven is waar God mee probeert af te rekenen?
  • Praat in geen geval vergoelijkend over de zonde of ongehoorzaamheid die de persoon toegeeft. Dit is de basis waarop u hem kunt vragen zich te bekeren, zijn schuld te belijden, en zijn gemeenschap te laten herstellen. Leg vooral nadruk op 1 Johannes 1:9.
  • Moedig hem aan dagelijks tijd door te brengen met de Heer door het lezen van zijn Woord en het gebed.
  • Moedig hem aan Gods leiding te zoeken om te ontdekken wat Gods doel is voor zijn leven. Na de tuchtiging komt de gehoorzaamheid en zegeningen die tot gelegenheden leiden om voor Christus te leven en Hem te dienen.
  • Moedig hem aan trouw te zijn in een goede gemeente waar hij bijbels geöriënteerde gemeenschap kan beleven. Christenvrienden helpen ons sterker te worden!
  • Bid met hem om volkomen herstel en vernieuwing.


Woorden uit de Bijbel
Psalm 94: 12, 13
Spreuken 3:11, 12
1 Korintiërs 9:27

3.TUCHT IN DE GEMMENTE
In de Bijbel vinden we verschillende 'elkaar-woorden:
  • naar elkaar omzien
  • elkaar aanvaarden
  • elkaar liefhebben
  • elkaar vergeven
  • elkaar bemoedigen
  • elkaar vertroosten
  • elkaar opbouwen
  • elkaar aanvuren.
maar ook : "elkaar terechtwijzen".

Het primaire doel van tucht is:
het behouden van een zondaar.
Als het gaat om tucht dan wordt met name Matteüs 18:15-17 aangehaald. Helaas wordt er weinig gekeken naar de context waarin dit gedeelte staat. Want aan dit gedeelte gaan twee opmerkelijke zaken vooraf.

  1. Ten eerste het gedeelte dat gaat over wie het belangrijkste zal zijn in het Koninkrijk der hemelen. Terwijl de discipelen zich druk maken over wie de voornaamste plaats zal innemen (Matteüs 18:1-2), wijst de Heere Jezus hen op het gering zijn (Matteüs 18:3-4). In vers 5 kunnen we nog lezen dat de Heere Jezus wijst op gastvrijheid en liefde.
  2. Ten tweede laat de Heere Jezus zien hoe Hij te werk gaat, als een Herder die Zijn negenennegentig schapen achterlaat om het afgedwaalde schaap terug te brengen bij de kudde. Matteüs 18 leert ons iets over de pastorale context waarin het vermanende gesprek mag plaatsvinden.
    1. Het eerste wat we moeten tonen in een vermanend gesprek is de zoekende liefde van Christus. Door de liefde van Christus is er plaats voor luisteren en openheid in het gesprek.
    2. Ten tweede heb je als persoon die het gesprek leidt ook zelfkennis nodig. Wij kunnen alleen maar met ogen van de Heere Jezus naar iemand kijken als we zelf leven vanuit Gods Woord en staan onder de leiding van Zijn Geest. Dat betekent dat wij ons gehele hart moeten openen voor de Heere met al onze zwakheden en onze zonden die in ons leven aanwezig zijn. Onze grondhouding bestaat uit een diep ervaren van Gods onvoorwaardelijke vergevende liefde.
    3. Als derde kenmerk van onze pastorale houding zou ik willen noemen 'moed'.

Naast onze open houding en ons luisterend oor moeten we ook duidelijk zijn naar de ander.
De ander zal geconfronteerd moeten worden met zijn levenshouding, met als doel dat hij gaat ontdekken wat er mis is in zijn leven. Dit veronderstelt kennis van Gods Woord en tact om het op een fijngevoelige manier uit te leggen.

Doel van tucht
  • De gemeente van Jezus Christus heeft zijn bestaansrecht te danken aan een heilig en barmhartig God. De tucht is niet los te zien van die heilige God die wij als gemeente mogen dienen (1 Petrus 1:15-16).
  • In Matteüs 18 kunnen we een 4-traps procedure ontdekken ten aanzien van de tucht.
    1. Een ontmoeting onder vier ogen, een persoonlijke confrontatie.
    2. Een ontmoeting met twee of drie anderen, het betrekken van getuigen.
    3. Een ontmoeting met de gehele gemeente, betrokkenheid van de lokale kerk.
    4. Pas dan volgt eventueel uitsluiting, publieke uitbanning.
De eerste drie punten zijn er alle drie op gericht de persoon terug te krijgen binnen de gemeenschap. Vandaar dat tucht ook ingebed moet zijn in de pastorale zorg. Tucht is op en top zielszorg binnen de gemeente van Christus.

  • Het is een verantwoordelijkheid die de gemeente van Jezus Christus heeft gekregen. Het is een middel om mensen terug te brengen bij de Heere Jezus. Zowel het bovengenoemde gedeelte uit Matteüs, als de Brieven van het Nieuwe Testament geven ruimte om op te trekken met mensen die dreigen af te vallen (Galaten 6:1-2; Judas :22-23; Jakobus 5:19-20). Als de zonde van de persoon een negatieve invloed heeft op het zedelijke leven of de geldende leer, dan is men genoodzaakt de persoon uit de gemeente te zetten (1 Korintiërs 5:11-13). Maar als er tucht over een persoon wordt uitgesproken, dan zal de gemeente compassie moeten houden voor deze persoon. De gemeente heeft de opdracht om de persoon opnieuw te winnen (Matteüs 5:17).
  • Tucht is geen bemoeizucht, maar het is onze zorgplicht. Tucht is omzien naar elkaar, elkaar waarschuwen, elkaar terechtwijzen en zaken op orde brengen. Hierdoor houden we onze persoonlijke relatie met de Heere Jezus oprecht.
  • Tucht heeft ook als doel om de gemeente zuiver te houden. Er is een scherpe lijn tussen de gemeente en de wereld. Deze moet gehandhaafd blijven. Bij het wandelen in de waarheid zijn gemeenteleden aan elkaar gegeven om elkaar de juiste weg te wijzen, zo nodig terug te brengen, weer op weg te helpen en verder te begeleiden. Als gemeenteleden onzuivere zaken de gemeente inbrengen, zoals immoraliteit of dwaalleer, zal men afstand moeten nemen. Deze afstand is nodig, zodat de onzuiverheid niet de gehele gemeenschap infecteert.