BAPTISTEN
Gemeente
Het Baken

kerspellaan 2
(wijk Angelslo)
7824 JG
EMMEN


hartelijk welkom

LEVENSVRAGEN
(in alfabetische volgorde)

WERELDSGEZINDHEID en WOEDE-UITBARSTINGEN

WERELDSGEZINDHEID
Achtergrond
Wereldsgezindheid, een wereldse instelling hebben is per definitie toegewijd zijn of diep betrokken zijn in wereldse zaken in tegenstelling tot geestelijke dingen.

De wereldse of vleselijke christen is niet geïnteresseerd in :
  • 'wat tot leven en godsvrucht strekt... door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht' (zie 2 Petr. 1:3).
  • Hij wordt gekenmerkt door geestelijke onverschilligheid, instabiliteit en hij is in geestelijke dingen ongedisciplineerd.
  • Hij gedraagt zich als een opstandeling, als een vijand van God (zie Jak. 4:4).
  • Hij is een 'vriend van de wereld' (Jak. 4:4)
  • Hij heeft een twijfelachtige geestelijke identiteit en heeft meer liefde voor genot dan voor God (zie 2 Tim. 3:4)
  • Zijn hart is niet in de dingen van het Koninkrijk van God; daarom valt hij gemakkelijk ten prooi aan bijna elke verzoeking of sekte die op zijn weg komt.
  • Hij bewijst 'lippendienst' aan een vorm van de christelijke leer, maar laat het geloof zijn leven niet veranderen en bepalen. 'Houd deze mensen op een afstand,' adviseert de apostel Paulus (2 Tim. 3:5).


De geestelijk-georiënteerde christen daarentegen is iemand die :
  • 'eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid' zoekt (zie Matt. 6:33).
  • Hij heeft een duidelijk standpunt ingenomen tegen de 'geest van deze eeuw' om het gezin van God duidelijk te laten zien wat zijn identiteit is.
  • Hij heeft een zeker inzicht en geestelijk onderscheidingsvermogen ten gevolge van zijn gebedsleven en het wandelen in de Geest (Fil. 1:9- 11).
  • Hoewel hij bepaald niet volmaakt is - zelfs bij tijd en wijle zwak en vol twijfel - zoekt en ervaart hij een voortdurende vernieuwing aan de voet van het kruis (1 Joh. 1:9 en 2:1).
  • Het is zijn oprechte verlangen dat hij vervuld mag zijn met de 'vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God' (Fil. 1:11).
  • Hij weet dat de gezindheid van de Geest leven en vrede is (Rom. 8:6).


Billy Graham : 'De Bijbel leert ons dat wij in deze wereld moeten leven, maar geen deel mogen hebben aan het kwaad van de wereld. We moeten ons afscheiden van de wereld van het kwaad. Wanneer ik iets in de wereld zie, vraag ik: 'Is dit in strijd met een grondregel uit de Schrift? Verzwakt het mijn geestelijk leven? Kan ik er Gods zegen over vragen? Zal het een struikelblok voor anderen zijn? Zou ik daar willen zijn, of dat lezen, of daarnaar kijken als Christus op dat moment zou terugkomen?' Wereldsgezindheid valt niet als een lawine op iemand en sleurt hem weg. Het is het gestage druppelen van het water dat de steen uitslijt. De wereld oefent iedere dag druk op ons uit. De meeste mensen zouden eronder bezwijken zonder de heilige Geest die in ons woont, en ons overeind houdt en ons bewaart.'

Het gesprek
  1. Als een christen vraagt hoe hij de overwinning kan krijgen over de wereld en hoe hij een waarlijk geestelijk persoon kan worden, geef hem dan een compliment voor zijn belangstelling in zijn geestelijke groei.
  2. Om ruimte te maken voor een nieuwe houding en nieuwe doelstellingen, kunt u hem aanraden zondige, zelfzuchtige verlangens af te zweren, ervoor vergeving te vragen, en God te vragen hem geestelijk te vernieuwen. ' ... kiest dan heden, wie gij dienen zult... Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!' (Jozua 24:15). Leg de nadruk op 1 Johannes 1:9 en 2:1. Noem ook Romeinen 12: 1 en vraag hem zijn lichaam (leven) bewust aan God te wijden.
  3. Zeg hem dat hij voorbereid moet zijn op tegenstand, verzoekingen en mislukkingen; deze dingen komen tot ons allemaal wanneer wij besluiten ons 'onbesmet van de wereld te bewaren' (zie Jak. 1:27). God zal niet toestaan dat de verzoekingen te zwaar worden voor ons (1 Kor. 10:13) en Hij zal ons nooit in de steek laten (Hebr. 13:5 en Joh. 14:16).
  4. Raad hem aan trouw de Bijbel te lezen en te bestuderen en dagelijks te bidden. Deze dingen zijn onmisbaar als iemand verlangt te groeien in de genade en in de kennis van onze Here Jezus Christus. Wanneer we deze dingen trouw doen, begint er zich een honger en dorst naar gerechtigheid in ons te ontwikkelen die ons telkens weer zal terugzenden naar zijn tegenwoordigheid, voor schuldbelijdenis, vernieuwing, groei en kennis. 'Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien' (Joh. 7:37, 38). Deze cirkel van dorst hebben en naar de Heer gaan om te drinken, zal een onmisbaar onderdeel van ons leven worden.
  5. Het is vaak noodzakelijk dat men zijn levensstijl en vriendenkring verandert als men onbelemmerd het leven in de Geest wil nastreven. Raad de persoon met wie u spreekt, aan om gemeenschap te zoeken met toegewijde christenen en nieuwe interesses op te bouwen en mogelijkheden te zoeken voor dienst in een op de Bijbel georiënteerde gemeente. 'En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen' (Hebr. 10:24, 25).
  6. Bid met de betrokkene om een waarachtige toewijding. Bid om onmiddellijke, geestelijke overwinningen die het zullen bevestigen.
  7. Daag hem ten slotte uit om een aantal onmiddellijke geestelijke doelen te stellen en daaraan te gaan werken, waarbij hij zijn vooruitgang van overwinning tot overwinning in de gaten houdt.


Woorden uit de Bijbel.
  • 'Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!'
    Kolossenzen 3:1, 2, 17
  • 'Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.'
    1 Johannes 2: 15-17
    'Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijs gegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. Dit alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.'
    Filippenzen 3:7-11
  • 'Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, het woord des levens vasthoudende.'
    Filippenzen 2: 12-16
  • 'Weest blijde in de hoop. .. Weest onderling eensgezind. .. Hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen ... Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.'
    Romeinen 12: 12-21
  • 'Zo laten wij dan najagen hetgeen de vrede en de onderlinge opbouwing bevordert. Het is goed geen vlees te eten of wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot.'
    Romeinen 14:19, 21


WOEDE-UITBARSTINGEN
Achtergrond
Boosheid is een emotie, een onwillekeurige reactie op een onprettige situatie of gebeurtenis.

Zo lang de boosheid beperkt blijft tot deze onwillekeurige, eerste emotie, kan ze als een normale reactie worden gezien. Wanneer wij er echter op onjuiste wijze mee verder gaan - wanneer wij in woede uitbarsten of de woede oppotten zodat ze ons bitter, wraakzuchtig of vijandig maakt - dan wordt het gevaarlijk.
Op dit punt roept de Bijbel ons ter verantwoording.

Bij het nadenken over het onderwerp boosheid en woede moeten we ons realiseren dat niet alle boosheid verkeerd is. Wanneer de Bijbel over boosheid of woede, 'toorn' spreekt, kan het over verschillende emoties gaan.
Bijvoorbeeld:
  1. De toorn van Mozes ontbrandde toen hij de ontrouw en de afgoderij van zijn volk zag. (Ex. 32:19)
  2. Bij de genezing van de man met 'een verschrompelde hand' keek Jezus 'met toorn' om zich heen, omdat hij 'zeer bedroefd' was over 'de verharding van het hart' van de Farizeeën. (Marc. 3:5)
  3. Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd, spreekt er toorn, boosheid uit de houding en de actie van onze Heer bij het uitdrijven van de handelaars uit de tempel. (Marc. 11:15, 17)
  4. Boosheid is op zichzelf geen zonde. 'Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet.' (Ef. 4:26)

Het is Gods wil dat wij onze zelfbeheersing niet verliezen 'De dwaas laat zijn ganse toorn de vrije loop, maar de wijze houdt die in en doet hem bedaren' (Spr. 29: 11).

Bij het proberen onze boosheid in toom te houden, moeten we ons realiseren dat ieder mens het recht heeft op zijn eigen mening, en dat zijn leven moet worden gekenmerkt door waardigheid en respect.

Tegelijkertijd, en om de dingen in het juiste perspectief te houden, moeten we niet vergeten dat, als Jezus op zijn 'recht' had gestaan, Hij niet naar het kruis zou zijn gegaan. Er is hier een heel smalle scheidingslijn. Wat we moeten bedenken, is dat de christen voorzichtig moet zijn met zijn reacties, en dat onze positie juist kan zijn terwijl onze houding dat niet is.

Billy Graham: 'De Bijbel verbiedt ons niet ongenoegen met iets of iemand te hebben, maar geeft twee grenzen aan. De eerste is dat wij in onze boosheid vrij moeten blijven van bitterheid, wrok of haat. De tweede is dat we dagelijks bij onszelf moeten nagaan of wij hebben afgerekend met kwaadwillende gevoelens. Er is een oud Latijns spreekwoord: 'Wie boos naar bed gaat, slaapt met de duivel.' Natuurlijk zijn er veel irriterende dingen in het leven. Zij vormen een uitstekende kans voor Satan om ons tot kwade passies te leiden.'

Boosheid is overmatig of onbeheerst als:
  1. ze uitloopt op woedeuitbarstingen en/of vuile taal.
  2. ze uitloopt op bitterheid, wrok en vijandigheid (het verlangen om het hem 'betaald te zetten').
  3. ze geestelijk verlammend werkt, innerlijke onrust veroorzaakt, onze innerlijke rust en het gevoel van welzijn wegneemt. Heb ik het gevoel dat mijn houding Gods goedkeuring niet kan wegdragen of dat ik 'voet geef aan de duivel' (Ef. 4:27)?
  4. ze uitloopt op kwaad voor andere mensen. Heeft het een negatieve invloed op mijn getuigenis ten aanzien van mensen die mijn reacties waarnemen? Zijn zij het slachtoffer van die reacties?

Hoe kunnen we voorkomen dat we in woede uitbarsten?
  1. Probeer niet alles te interpreteren als een persoonlijke belediging of een bewuste poging u achteruit te zetten of kwaad te doen. Probeer tegelijkertijd de dingen te ontdekken die maken dat u buitensporig kwaad wordt.
  2. Maak uw houding en reactie een zaak van ernstig gebed. We moeten ook het irriterende gedrag van anderen bij de Heer brengen en inzien dat God mensen en omstandigheden gebruikt om ons karakter te verfijnen. Men kan vuile, ruwe kanten hebben die afgevijld moeten worden!
  3. Maak er een vaste gewoonte van overmatige woede te belijden als zonde. Het belang dat u in deze zaken onmiddellijk vergeving zoekt, valt op te maken uit de woorden van Paulus: 'De zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan' (Ef. 4:26). Leer om deze zaken op zijn laatst aan het eind van de dag bij de Heer te brengen.
  4. Realiseer u dat de christen moet leren klaar te komen met het feit dat hij twee 'naturen' heeft, die beide om de voorrang strijden. We moeten op dit punt leren 'afleggen' en 'aandoen', volgens Efeziërs 4:22-24:
    1. 'Afleggen' van het oude ik met zijn misleidende begeerten. (vers 22)
    2. 'Aandoen' van de nieuwe mens die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. (vers 24)
    3. Het gevolg van de praktijk van dit 'afleggen' en 'aandoen' is 'dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken' (vers 23). Dit is de weg waarlangs 2 Korintiërs 5:17 een levende realiteit wordt.
  5. Tracht uw boosheid te richten op de problemen die er de oorzaak van zijn.
  6. Geef uzelf iedere dag over aan de heilige Geest. 'Wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.' (Gal. 5:16)
  7. Laat het Woord van God uw leven doortrekken: lees het, bestudeer het, leer delen uit uw hoofd. 'Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst.. .' (Kol. 3: 16)

Het gesprek
  1. Een persoonlijke relatie met Jezus Christus is van fundamenteel belang voor het oplossen van elk geestelijk probleem. Vraag de persoon met wie u spreekt, of hij/zij zo'n relatie heeft.
  2. Stel vragen om vast te stellen waar deze persoon staat, wat betreft zijn onopgeloste of overmatige boosheid. Noem dingen uit het materiaal onder 'Achtergrond' en leg nadruk op de houding van de christen, dagelijkse schuldbelijdenis, en het beginsel van 'afleggen' en 'aandoen'. Laat hem punten en tekstverwijzingen opschrijven om hem te helpen ze te onthouden.
  3. Bid met hem. Bid dat hij een schoon geweten voor God en de mensen mag hebben, en het geloof dat op God vertrouwt voor de overwinning.

Woorden uit de Bijbel
  • 'Mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; want de toom van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.'
    Jakobus 1:19,20
  • 'Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op.'
    Spreuken 15: 1
  • 'Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond.'
    Kolossenzen 3:8
  • 'De dwaas laat zijn ganse toorn de vrije loop, maar de wijze houdt die in en doet hem bedaren.'
    Spreuken 29: 11
  • ' ... gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.'
    Efeziërs 4:21-24)